Waarom een Europese hyperscaler bouwen fantasie is

Gepubliceerd op 28/04/2026 in Experten vertellen

Kan Europa snel een soeverein alternatief ontwikkelen voor de Amerikaanse hyperscalers? Dat is fantasie, stelt Filip Marchal, Cloud Product & Solution Lead bij Proximus NXT. “We moeten hun innovatieve kracht behouden, maar meer controle inbouwen.”

Waarom een Europese hyperscaler bouwen fantasie is

Het is niet overdreven om over een schokgolf te praten. Sinds het aantreden van de Amerikaanse president begin 2025, is het besef – dat op de achtergrond altijd aanwezig was – nu echt ingedaald. “Het is alsof de CIO plots is wakker geschoten”, zegt Filip Marchal. “Alsof we het vroeger niet goed beseften hoe afhankelijk we zijn voor onze hardware en software van grotendeels niet-Europese spelers.” Meer dan 70% van wat we in Europa in de cloud doen, draait bij Amerikaanse leveranciers. “En die zijn natuurlijk gebonden door Amerikaanse wetgeving.”


Het is alsof de CIO plots is wakker geschoten. Alsof we het vroeger niet goed beseften hoe afhankelijk we zijn van niet-Europese spelers.

Filip Marchal, Cloud Product & Solution Lead bij Proximus NXT.


Lokale cloud

De bedrijfswereld bekijkt dat vandaag als een risico. “Want wat als we plots geen toegang meer hebben tot Azure of AWS? Dat zou in principe zomaar kunnen en Europa kan daar weinig eigen oplossingen tegenover plaatsen. SAP en ASML zijn toonaangevend in hun domein, maar daar houdt het eigenlijk al op.” Zelfs als we willen afstappen van Amerikaanse leveranciers, zou dat dus niet meteen lukken. “Dat hoeft ook niet noodzakelijk”, stelt Filip Marchal.

“Maar om de afhankelijkheid te verkleinen, is het wellicht wel een goed idee om niet alles bij één hyperscaler onder te brengen, maar met verschillende leveranciers te werken.”

Intussen stelt GartnerNieuw venster dat 61% van de CIO’s in West-Europa met plannen speelt om met lokale cloudspelers in zee te gaan. Opvallend: ruim de helft van de CIO’s verwacht zich aan opgelegde beperkingen in het gebruik van Amerikaanse clouddiensten. “Het thema staat sowieso op de agenda. Ook bij Proximus NXT zien we bedrijven die echt af willen van hun Amerikaanse cloudleverancier. Maar bij de alternatieve oplossing verwachten ze wel hetzelfde niveau van service en innovatie dat ze vandaag bij die hyperscaler krijgen. Dat blijft toch nog een hele uitdaging.”

Geopolitieke spanningen zetten Europese bedrijven ertoe aan hun koers te wijzigen. Daarbij speelt technologie een strategische rol. Volgens Gwénaëlle Hervé, Digital Sovereignty Lead bij Proximus NXT, vergt risicobeheer vandaag een nauwere controle over data.

Lees hoe Europa actie onderneemt

Hyperscaler-native

Uit de cloud van een hyperscaler vertrekken, blijkt bovendien helemaal niet zo eenvoudig. Of toch niet voor iedereen. “Cloud-native bedrijven konden bij hun start – ongehinderd door legacy – voluit van de voordelen van de cloud genieten”, vertelt Filip Marchal. “Die gingen als eerste ook met IaaS en PaaS van start en daar hebben de hyperscalers hun hele portfolio op uitgebouwd. Met als gevolg dat die cloud-native bedrijven heel erg vasthangen aan dat ecosysteem. Dat verhaal uit de cloud weghalen, is heel moeilijk.”


Wie destijds voluit voor de cloud heeft gekozen, stelt nu vast dat de juiste term niet cloud-native is, maar hyperscaler-native.

Filip Marchal, Cloud Product & Solution Lead bij Proximus NXT.


Schuilt hierin een opportuniteit voor Europese cloudspelers, zoals het Franse OVHcloud? “Gedeeltelijk wel. Zo’n Europese provider kan het luik infrastructuur afdekken. Maar wat met de rest? Wie destijds voluit voor de cloud heeft gekozen, stelt nu vast dat de juiste term niet cloud-native is, maar hyperscaler-native.” De consensus is dat containers een uitweg bieden. Die kan je in iedere cloud draaien en zelfs makkelijk tussen clouds verschuiven, tenminste in theorie.

“Dat doet me terugdenken aan Java”, benadrukt Filip Marchal. “Dat was zogezegd ook portable, tot je het probeerde.”

Wat deze vaststellingen vooral duidelijk maken, is dat de uitdaging niet louter technologisch is. De discussie dwingt ook integratoren om hun rol te herdenken.

Op zoek naar resilience

“Een container image zomaar van ene naar de andere cloud overplaatsen, daar geloof ik toch niet echt in.” Containers zijn vaak sterk gelinkt aan onderliggende libraries, wat hun portabiliteit direct sterk beperkt. Zit er dan niets anders op dan alles uit de cloud te halen en on-prem eigen infrastructuur te runnen? Toch niet. Volgens Filip Marchal lijkt dat een logische piste, maar is het eigenlijk een denkfout. “Je moet niet naar de cloud zelf kijken, maar naar wat je wil realiseren. De resilience, dat is waar het om draait.”

Je moet eigenlijk niet de cloud in vraag stellen, maar je eigen bedrijf. “Wat is de minimum viable company die je nastreeft? En dus: welke risico’s wil je wegnemen door naar een lokale cloud over te stappen? En vervolgens: is dat technisch haalbaar, of zul je toch één en ander opnieuw lokaal moeten ontwikkelen? Dat zijn de vragen die ertoe doen.” Het doet denken aan de opkomst van de cloud, toen bedrijven kozen voor een snelle lift and shift, met het plan om dan later de oplossingen te moderniseren.

De soevereiniteitsparadox

“Nu denken bedrijven: we willen snel weg uit de cloud. We gaan voor lift and repatriate, en daarna zien we wel.” Maar dat is volgens Filip Marchal niet de juiste benadering. “Je moet de risicoanalyse maken. Welke risico’s neem je door vandaag met een hyperscaler te werken? Welke risico’s ben je bereid daarbij te aanvaarden en wat mag het kosten om de onaanvaardbare risico’s weg te nemen? Daar gaat het om.”

Wie destijds bij de eersten was om volledig cloud-native te gaan, heeft nu de grootste moeite om die vragen te beantwoorden. “Dat is de soevereiniteitsparadox. Wie voor de cloud koos in functie van wendbaarheid, zit nu het hardst vast.”


Bij de zoektocht naar soevereiniteit gaat het er niet om de concurrentie aan te gaan met de Amerikaanse hyperscalers.

Filip Marchal, Cloud Product & Solution Lead bij Proximus NXT.


Toch is het cloudverhaal niet zwart-wit. Net zoals het niet noodzakelijk cloud versus on-prem is, moeten we ook niet denken in termen van VS of China versus Europa. “Willen we een soevereine oplossing, moeten we dan een Europese hyperscaler bouwen, naar het model van de Amerikaanse? Dat is fantasie. Bedrijven als Microsoft en Amazon bouwen al vijfentwintig jaar aan hun oplossingen. Die achterstand haal je nooit meer in.” Maar toch beweegt er wat. De verwachting is dat de groei van de hyperscalers nu vertraagt.

Meer controle

Dat zal eerder in het voordeel van private cloud dan van on-prem zijn. Maar dan nog: het is eigenlijk naast de kwestie. “Bij de zoektocht naar soevereiniteit gaat het er niet om de concurrentie aan te gaan met de Amerikaanse hyperscalers, maar wel nieuwe spelregels op te stellen voor gevoelige data en workloads. In plaats van een Europese hyperscaler na te jagen, kunnen we beter een sovereign control plane bouwen: een laag die we bovenop het bestaande aanbod leggen, om zo bij een soevereine digitale infrastructuur uit te komen.”

Het is een manier om meer controle in te bouwen. “Zo behouden we de mogelijkheden van wat de hyperscalers ons bieden – en gelukkig maar, want ze zijn erg goed in wat ze doen – terwijl we tegelijk meer controle krijgen over waar elke workload draait en hoe we onze data beschermen.” En ook die controle is verkrijgbaar in verschillende gradaties, tot en met losgekoppelde oplossingen zoals Clarence, de disconnected sovereign cloud van Proximus NXT en LuxConnect. Clarence is gebaseerd op technologie van Google, maar is tegelijk volledig airgapped.


Terwijl de bedrijven gratis bijdragen aan open source, halen de integratoren er economische waarde uit.

Filip Marchal, Cloud Product & Solution Lead bij Proximus NXT.


De vaststelling is dat we vandaag niet zonder de hyperscalers kunnen. Op het vlak van schaal en innovatie is er momenteel geen alternatief. “De uitdaging is om zelf meer controle te verwerven”, stelt Filip Marchal. Mogelijk helpt de wetgever daar een handje bij. “De Data Act zegt duidelijk dat het mogelijk moet zijn om data van de ene naar de andere cloud over te brengen. Vanaf 2027 mogen de cloudspelers daar geen kosten meer voor aanrekenen.”

De bedoeling is dat de dataoverdracht volledig geautomatiseerd verloopt. “Net zoals je vandaag je telefoonnummer meeneemt wanneer je van provider verandert. Dat zou al een mooie verbetering zijn.”

De waarde van open source

Heeft Europa dan helemaal niets in te brengen tegen de overmacht van de Amerikaanse techgiganten? Toch wel: het strategische wapen van Europa is open source. Het is meteen ook het enige softwaremodel dat Europa echt controleert. Veel van de Europese digitale infrastructuur steunt op open source. Maar dat is vandaag een heel dubbel verhaal. “Het zijn de communities die bijdragen aan ontwikkeling en innovatie binnen open source”, legt Filip Marchal uit.

Dat zijn medewerkers van bedrijven: het zijn dus eigenlijk de bedrijven die hier de kosten dragen, maar evengoed ook een leger aan vrijwilligers die graag in hun vrije tijd software ontwikkelen omdat ze een eigen use case willen oplossen.

Wie niet in eigen huis over expertise beschikt, vindt ondersteuning voor open source bij de integratoren. “Terwijl de bedrijven gratis bijdragen aan open source, halen de integratoren er economische waarde uit. Licenties voor betalende software zijn vaak ingewikkeld en duur, wat open source aantrekkelijk maakt. Maar dat het ene bedrijf aan open source bijdraagt en het andere daar gratis van meegeniet, dat voelt toch niet altijd even goed. Misschien moeten we dat toch in vraag durven stellen.”

Klaar voor de exit

De cloud die we in Europa willen is hybride én soeverein. Gevoelige data en workloads krijgen daarbij een plaats waar soevereiniteit, compliance en operationele controle gegarandeerd zijn. In de praktijk is dat vaak infrastructuur die zich in de EU bevindt. Workloads die een enorme schaal vragen – denk aan het trainen van AI-modellen – zal tot nader order het domein van de Amerikaanse hyperscalers blijven. Maar ook dat is op zich geen probleem, zo lang er sterke contractuele en technische guardrails zijn voorzien.

“Tegelijk moet je ervoor zorgen dat je altijd klaar bent voor een exit”, zegt Filip Marchal. “Voor oplossingen uit het verleden is dat vaak niet zomaar mogelijk. Maar het is wel een extra voorzorg die je kan inbouwen bij elk nieuw initiatief. Het is één van de kenmerken van platform engineering principes. Je bekijkt dan waar je welke workload neerzet: in welk type cloud, bij welke provider. Die analyse maak je uiteraard nog voor je met de deployment begint, zodat het achteraf gemakkelijker is om de workload naar andere omgevingen te deployen.”

Soeverein by design

Op termijn evolueren we zo naar intent-driven platforms. “De architect bepaalt dan wel wat hij wil maken, maar het zal AI zijn die verder de ontwikkeling uitvoert, de juiste infrastructuur voorziet, enzovoort. AI zal zo het probleem van de portabiliteit oplossen.” Tegelijk gebeurt dat met een aanpak die soevereiniteit by design voorziet. “Dat is meteen ook de rol die Proximus NXT daarbij wil spelen”, stelt Filip Marchal.

“We waren de eerste om soevereine versies van publieke cloud aan te bieden. We brengen het verhaal neutraal, waarbij we als een soevereine architect voor elk bedrijf de passende oplossing vinden – met of zonder hyperscaler.”

Klaar om controle te nemen over uw cloudstrategie en te evolueren naar een meer soevereine aanpak? Onze experts helpen u de juiste balans te vinden tussen hyperscalers, private cloud en controle.

Praat met een expert

Filip Marchal is Cloud Product & Solution Lead bij Proximus NXT. Hij heeft ruim twintig jaar ervaring bij Proximus NXT, in diverse technische, consultant- en managementrollen rond cloud en security.