Robbe De Hert (77), de rebel die koste wat het kost zijn films in de zalen kreeg

Met het verlies van regisseur Robbe De Hert (77) verliest de Vlaamse cinema een van haar grootste iconen. Bestempeld als “enfant terrible” was de Antwerpenaar met de eeuwige bril op het voorhoofd en de handdoek over de schouder gedrapeerd vooral niet bang om iemand op de tenen te trappen. Het ging hem niet altijd voor de wind, maar De Hert bleef altijd vechten om zijn films in de zalen te krijgen. Voor "Hollywood aan de Schelde", woensdag te zien op Movies & Series NL, worstelde hij meer dan tien jaar. Tegen een slepende ziekte moest hij uiteindelijk toch het onderspit delven.

Zondag speelde op één nog het magnum opus van De Hert, “De Witte van Sichem”. Toen de cineast in 2018 op het Filmfestival van Oostende nog een ster en een lifetime achievement award kreeg, zei hij: “Ik vind het veel toffer als “De Witte” na veertig jaar op de televisie komt en nog steeds zo scoort.” Scoren doet de klassieker zeker, maar De Hert is meer dan een herinnering aan een oude film.

Fugitive Cinema

Toen de regisseur begin de jaren ‘60 voor het eerst een camera in zijn handen nam, kon hij niet wachten om alles te beginnen filmen. Zijn eerste kortfilm “Twee keer twee ogen” duurde zes minuten en werd voor 15.000 frank gedraaid in het Centraal Station in Antwerpen. Op het festival van de Belgische Film won hij er meteen de debuutprijs mee.
 
Films maken in Vlaanderen is niet evident. In 1966 besloot de toen 24-jarige Robbe de Hert samen met zijn broer en vrienden het eerste Vlaamse filmcollectief op te richten. ‘Fugitive Cinema’ had de bedoeling om de Belgische film een sociale dimensie te geven en het proces te democratiseren. Onder de naam ‘Fugitive Cinema’ maakte De Hert nog verschillende kortfilms, zoals “Insane” en “De Bom”, prenten met niemand minder dan auteur Louis Paul Boon in de hoofdrol en de korte animatiefilm “A Funny Thing Happened on my Way to Golgotha”, die op het Festival van Oberhausen de ‘Grote Prijs van de Animatiefilm’ won. ‘Fugitive Cinema’ stond op de kaart en daarmee ook de alternatieve Vlaamse film.

Fondsen

De eerste langspeelfilm van De Hert wordt “Camera Sutra” in 1970, een mix tussen documentaire en fictie. Daarvoor kon hij niet rekenen op steun van de overheid en ‘Fugitive Cinema’ kwam in financiële moeilijkheden, een trend die zich jammer genoeg nog zou herhalen in de carrière van de Antwerpse cineast. “Voor films gebaseerd op literatuur is makkelijker geld te vinden”, liet hij optekenen toen hij zich richtte op verfilmingen van “De Witte” van Ernest Claes en “Maria Danneels, of het leven dat we droomden” van Maurice Roelants.
 
Compromisloos en snerend als De Hert was over de financiering, legde hij zijn hart en ziel in “De Witte van Sichem”. De film werd een succes en is op vandaag nog steeds een boegbeeld in de Vlaamse canon. Maar wie dacht dat het succes meer geld met zich zou meebrengen, heeft het mis. In 1984, vier jaar na “De Witte” kon hij voor zijn komische film met Gaston en Leo “Zware Jongens” opnieuw moeilijk aan fondsen raken. Enkel dankzij toen ongeziene product placement komt de film in de zalen.
 
Zijn volgende film, “Blueberry Hill” met Michael Pas is gebaseerd op de jaren van De Hert in de vakschool. De prent wordt een groot succes en in 1995 komt het vervolg “Brylcream Boulevard” in de zalen. Opnieuw wordt De Hert gelauwerd als een van de belangrijkste stemmen in de Vlaamse cinema, maar na “Gaston’s War” in 1997 en “Lijmen/Het Been”, naar de roman van Willem Elsschot in 2000, lijkt hij stilaan van het grote scherm te verdwijnen. Op de beeldbuis blijft hij wel een graag geziene gast in verschillende praatprogramma’s, telkens met een handdoek over de schouders als signatuur.

Hollywood aan de Schelde

Maar De Hert is in dit millennium nog zeker niet afgeschreven. Hij knokt meer dan tien jaar lang om zijn droom waar te maken: een documentaire over 70 jaar Vlaamse cinema. In navolging van zijn eerdere documentaires “Le Filet Américain” en “Janssen & Janssens draaien een film” wil De Hert met “Hollywood aan de Schelde” zijn ongezouten mening geven over de maatschappij en de staat van het filmlandschap.
 
Opnieuw is het het geld dat roet in het eten gooit. De Hert slaagt er jarenlang niet in om de financiering voor “Hollywood aan de Schelde” rond te krijgen. Intussen worstelt hij ook met persoonlijke financiële problemen. “Ik ben die idioot die zijn eigen geld in zijn films steekt”, zucht hij in interviews. Zijn gezondheid speelt hem parten na een breuk in zijn voet die nooit behandeld werd en een diagnose van suikerziekte. “De pijn stopt nooit”, zegt de regisseur, die verslaafd raakt aan pijnstillers.
 
Maar De Hert stond er niet alleen voor. Zijn vele fans sprongen voor hem in de bres en zetten crowdfundingacties op. Dankzij hun steun, een gift van het Antwerpse stadsbestuur en de minister van Cultuur en zijn eigen financiering, kan hij “Hollywood aan de Schelde” in 2018 toch afwerken. De film ging in 2018 in première op het Filmfestival van Oostende, waar hij ook zijn ster kreeg. “Dat maakt het werk toch minder zwaar”, reageert hij.
 
De suikerziekte die De Hert al zijn hele leven achtervolgt, haalde hem maandag in. De regisseur slaagde er naar eigen zeggen nooit in om zijn levensstijl aan de ziekte aan te passen en dat werd hem fataal. De vechter is uitgevochten, zeggen zijn collega’s. Het staat in elk geval vast dat hij zijn stempel drukte op de Vlaamse cinema, soms tegen wil en dank. De rebel laat het filmlandschap beter achter dan hij het vond.

Bekijk de documentaire "Hollywood aan de Schelde" woensdag om 15u25 op Movies & Series NL.

Films

Bekijk alles
Top