Jerzy Janowicz vecht zich van de kwalificaties naar de finale in Parijs

In tegenstelling tot bij de vrouwen, zijn het gewoonlijk de hoogst geplaatste tennissers op de ATP-ranking die daadwerkelijk de eindrondes spelen. Maar af en toe slaagt een speler er toch in om tegen alle verwachtingen in een groot toernooi naar zijn hand te zetten. Dat is exact wat de Pool Jerzy Janowicz in 2012 deed op het ATP-toernooi van Parijs.

Met Novak Djokovic, Andy Murray, Juan Martín Del Potro en Marin Cilic op de affiche speelden groten der aarde mee in de Masters 1000 in de AccorHotels Arena in Bercy, Parijs. Ook tussen de spelers die zich eerst nog voor het toernooi moesten kwalificeren liepen enkele toekomstige grootmeesters rond, zoals Grigor Dimitrov en Roberto Bautista-Agut. Maar het was de jonge Poolse speler Jerzy Janowicz, toen 69ste op de ranglijst, die de monden van de toeschouwers in de Franse hoofdstad deed openvallen. Hij schopte het zomaar even tot in de finale.

Olympisch medaillewinnaar Murray vangt bot

De tennisser uit Lódz had weinig hoop op slagen toen hij in Parijs voor de allereerste keer deelnam aan een Masters 1000. In zijn openingswedstrijd veegde hij de solide Duitser Philipp Kohlschreiber (19e op de wereldranglijst) onder de mat. Daarna haalde hij het verrassend van Marin Cilic (15e) en zelfs van de Brit Andy Murray. De derde in de wereld was nochtans in topvorm dat jaar. Hij won het US Open en ging naar huis met de gouden medaille op de Olympische Spelen. In Wimbledon schopte hij het tot in de finale. Janowicz verloor de eerste set, maar herpakte zich in de tweede. Hij wiste een matchbal uit, won de tie-break en werd dominant in de derde set, die hij met 6-2 won.

De amper 21 jaar oude speler, een reus van 2,03 meter, zweefde. Het leek wel of niets hem kon tegenhouden. Zelfs niet de sterke Serviër Janko Tipsarevic, die hij in drie sets naar huis speelde. In de halve finale stond hij tegenover publiekslieveling Gilles Simon. Door die wedstrijd te winnen, werd Janowicz de derde speler in de geschiedenis van het toernooi die van de kwalificaties kon opklimmen tot in de finale. Alleen Spanjaard Sergio Castal (1986) en Tsjech Radek Štepánek (2004) deden het hem voor.

Ferrer doet de boeken toe

Nog één match wachtte Janowicz, en wat voor eentje. Spanjaard David Ferrer, vierde op de wereldranglijst, maakte op weg naar de finale gehakt van zijn landgenoot Marcel Granollers, Stanislas Wawrinka en Fransmannen Jo-Wilfried Tsonga – zesde in de wereld en op het hoogtepunt van zijn kunnen – en Michaël Llodra. Die laatste had overigens ook al een aardig parcours afgelegd van in de kwalificaties. In de kwartfinales zorgde hij voor de grote verrassing door het te halen van de Amerikaan Sam Querry, die Novak Djokovic nog had geklopt in de tweede ronde.

David Ferrer stond dus voor de tweede keer op rij tegenover een gekwalificeerde speler, en hij zou zich niet laten verrassen. Janowicz begreep al snel dat hij niet veel kon beginnen tegen de Spanjaard die zijn plaats in de top vier van de wereld meer dan verdiend had. Ferrer gaf geen duimbreed toe. Niets zou hem van zijn eerste titel in de Masters 1000 weerhouden. Janowicz werd geklopt met 6-4 en 6-3. De fysiek uitgeputte Pool had alles gegeven en moest zich als troostprijs tevreden stellen met een plekje in de top 30 van de wereldranglijst. Niet slecht als je weet dat hij begin dat jaar nog maar op de 221de plaats prijkte. Nadien zou Janowicz, die intussen 30 lentes oud is, nog de halve finales van Wimbledon spelen (waar Andy Murray revanche nam) en de 14de plaats in de ATP-ranking bemachtigen. Hij schreef vier challengers op zijn palmares, maar zou nooit een van de grootste toernooien winnen.

Andermaal, in sport is alles mogelijk!

Sport

Bekijk alles
Top