België heeft opnieuw een kans om een grote trofee aan het nationaal palmares toe te voegen de nek omgewrongen, door te verliezen van Italië in de kwartfinale van het EK. Is de tijd van oogsten voor de Rode Duivels nu verstreken, nadat ze ook de eindzege in 2016 en 2018 al misliepen? 
Voor het eerst in zijn geschiedenis heeft België in vier opeenvolgende internationale toernooien de kwartfinales bereikt. Maar de Gouden Generatie heeft zelfs op zijn piek nooit helemaal de vruchten kunnen plukken van de weelde aan talent – een derde plaats op een WK verdient applaus, maar geen trofee. Ergens blijven we op onze honger zitten, ook al had pakweg tien jaar geleden iedereen stante pede getekend voor de resultaten van onze Duivels op grote toernooien de voorbije jaren.

Nu onze sterkhouders niet meer die jonge, kwieke klasbakken van weleer zijn maar ervaren rotten – waarvan sommigen stilaan aanspraak maken op de veteranenstatus, hoewel het talent er nog steeds vanaf druipt – dringt de vraag zich op: is de rek eruit bij de Rode Duivels?
 
Het WK in Qatar van volgend jaar lijkt de ultieme kans op een grote prijs voor de Gouden Generatie. Tenzij de oogsttijd verstreken is. In de afgelopen zeven jaar kenden onze nationale elf heel wat pieken, maar ook stevige dalen. De ontgoocheling van de uitschakeling tegen Argentinië in de kwartfinale van het WK 2014 heeft lang nagesmaakt – ook al werd dat WK van de jonge troepen van Marc Wilmots toen niet als mislukt beschouwd. In tegenstelling tot het EK twee jaar later.
 
Gemiste afspraken met de geschiedenis
 
De koude douche tegen Wales in de kwartfinale van het EK 2016 heeft eveneens lang op de nationale maag gelegen. De weg richting halve finales leek open voor de Rode Duivels, maar Robson-Kanu en co staken daar een pijnlijk stokje voor. De afrekening volgde: het kind van de rekening heette Marc Wilmots. Er werd met een beschuldigende vinger naar hem en zijn “tactische dwalingen” gewezen. België miste een eerste keer zijn afspraak met de geschiedenis.
 
Zijn opvolger Roberto Martinez liet een nieuwe wind waaien door de coulissen van de KBVB. Onder zijn bewind kwam de Gouden Generatie tot volle wasdom. Het WK in Rusland moest het orgelpunt worden, met deze Rode Duivels op de piek van hun kunnen. Ze charmeerden de hele wereld met hun aantrekkelijk voetbal, maar stuitten in de halve finale op het Frans pragmatisme.
 
De ontgoocheling was groot, temeer omdat België in de finale tegen Kroatië uitgekomen zou zijn – op papier meer een haalbare kaart dan de tegenstanders in de kwart- en halve finale. De bronzen medaille was een doekje voor het bloeden. Toch verdient het beste resultaat ooit van de Rode Duivels op een groot toernooi lof: het blijft een admirabele verwezenlijking voor een klein land als België. Maar de teneur na de uitschakeling was eerder het likken van de wonden dan het strooien met lof.
 
Een nieuwe wind
 
Na een nieuwe teleurstelling tegen de Italiaanse formatie op het EK 2021, bevinden de Rode Duivels zich op een keerpunt. Meerdere sterkhouders liggen in de weegschaal: worden ze vervangen met het oog op Qatar 2022, is de hamvraag. De laatste kans op een wereldtitel hangt af van de manier waarop Martinez – mocht hij aanblijven – de spelerskern vernieuwt, en van de kwaliteit die de nieuwelingen kunnen aanbrengen. In dat opzicht is het succes van Jérémy Doku op het EK zeer goed nieuws.

Daarnaast zullen de hoekstenen van de huidige generatie à la Kevin De Bruyne en Eden Hazard, nu prille dertigers, gespaard moeten blijven van blessures.
 
Over drie maanden zullen de Duivels frisse moed kunnen tanken tijdens de Final Four van de Nations League. Een zege tegen angstgegner Frankrijk zal de poorten naar een finale op het internationale toneel openbeuken, voor het eerst sinds Euro 1980, en misschien wel – wie weet – een eerste internationale trofee opleveren sinds 1920. Dan toch, op de valreep?