In het Qatarese Doha slaagde Kevin Borlée er gisteren niet in om op niveau te presteren. Onze landgenoot werd achtste en laatste op de 400 meter, zijn specialiteit. Over zijn selectie voor de Olympische Spelen hoeft de Waal niet te vrezen. Maar over welke conditie hij daar zal hebben, kunnen we wel al speculeren. 
 
De kapitein van de Belgian Tornados liep gisteren zijn wedstrijd uit in 46.29. Ter vergelijking: in 2012 liep Kevin zijn persoonlijk record op de afstand in 44,56. Een snelle rekensom leert ons dat hij 1,73 seconde boven zijn persoonlijke besttijd liep. Zijn beste tijd van dit seizoen, is 46.29, nog steeds mijlenver van de tijd die de atleet een klein decennium geleden liep. In zijn eerste Olympiade in 2008 liep Kevin Borlée naar een achtste plaats. Vier jaar later werd hij zelfs vijfde. De Spelen van Rio in 2016 vergingen hem minder, toen moest hij tevreden zijn met een 28e plaats. 
 
Individuele medailles blijven uit

De laatste individuele medaille van onze landgenoot dateert inmiddels al van 2011. Toen ging hij op het WK in Zuid-Korea lopen met de bronzen medaille in 44.90. Op de 4x400 meter bleef hij echter wél scoren. Samen met Jonathan Sacoor, Robin Vanderbemden, Dylan Borlée en reserveloper Julien Watrin haalde hij in 2019 nog brons op de wereldkampioenschappen in Doha. Maar waarom blijft de individuele vorm van weleer uit? 
 
Eerst en vooral werken de Tornados, waaronder ook Kevin Borlée, nog steeds hard aan hun vorm voor aanvang van de Spelen. Bij min of meer elk interview rapen journalisten dezelfde quote bij de intussen 33-jarige Borlée. “We zullen er staan in Tokio. We werken nog steeds aan onze vorm en zijn bezig met specifiekere trainingen. In Italië liep ik een bemoedigende 400m (46.15, nvdr). Ik heb er alle vertrouwen in”, vertelde hij aan Het Nieuwsblad. Het atletiekprogramma van de Spelen start op 30 juli. Met nog twee maanden te gaan kan de conditie dus nog heel wat aangescherpt worden. 
 
Leeftijd begint te tellen

Anderzijds mogen we ook niet vergeten dat Kevin Borlée, oudste zoon van het gezin, inmiddels 33 jaar is geworden. Toen hij zijn absolute toptijden liep, in 2011 en 2012, was hij een prille twintiger. Het lichaam van Kevin Borlée heeft nu zonder twijfel andere prikkels nodig dan toen. Bovendien is het herstelvermogen van een 33-jarige anders dan een 23-jarige atleet. Ook het trainingsschema van Kevin Borlée verloopt nu wellicht anders dan toen. Verder is ook de blessuregevoeligheid van de atleet belangrijk. Een lichaam dat al meer dan een decennium zware trainingen en wedstrijden moet verdragen, is gevoeliger voor blessures dan een atleet van 23. Met alle ervaring van Kevin en de uitzonderlijke trainingsexpertise van vader Jacques Borlée staat het buiten kijf dat Kevin het beste van zichzelf zal geven om in Tokio zo fit mogelijk aan de start te staan.
 
Ten derde zal Kevin Borlée in juli voor de vierde keer een Olympiade aanvatten. Aangezien hij op de wereldranking momenteel op de 25e plaats staat, krijgt hij automatisch een startplek toegewezen. De beste 48 atleten van de wereld worden namelijk geselecteerd voor de spelen. Kevin gaf in dat interview met Het Nieuwsblad al toe dat hij de “magie van de Spelen” al heeft meegemaakt. “Het is leuk dat je kunt zeggen: ‘Ik ben mij aan het voorbereiden op mijn vierde Spelen'. Sommige atleten kunnen slechts één keer deelnemen. Maar iedereen moet er van genieten, ook gezien de omstandigheden. De situatie is dus triestiger voor hen dan voor mij.”
 
Geschil met atletiekbond

Naast de fysieke paraatheid, moet de familie Borlée intussen ook afrekenen met een dispuut met de voormalige atletiekfederatie. Vrijdag schreef De Tijd dat de atleten zo’n 84.000 euro aan medaillepremies opeisen. De relatie tussen de broers Borlée en de Franstalige atletiekfederatie LBFA liep even geleden al spaak. Volgens Het Nieuwsblad verweten de atleten de LBFA amateurisme en er werd vooral veel gediscussieerd over centen. Ze willen de medaillepremies die ze tussen 2015 en 2019 wonnen, opeisen. Le Soir vermoedt dat het gaat om 84.000 euro. Normaal worden die premies van de internationale atletiekfederaties automatisch naar aan de medaillewinaars gegeven, maar voor teamprestaties gaat dat geld eerst via de nationale en regionale federaties. In 2015 heeft de LBFA beslist om zelf te bepalen wat er met het geld gebeurt. Voor die laatste kwestie stapten de Borlées nu naar de rechter omdat ze vinden dat het geld hen toebehoort.
 
Dat deze randzaken de voorbereiding van de atleten niet gemakkelijker maakt, is dus duidelijk. Laten we met z’n allen hopen dat Kevin Borlée het ‘gedoe’ kan loslaten om zich volledig te focussen op de Olympische Spelen. Wellicht wordt Tokio de laatste Olympiade waar hij aan deelneemt en hoewel zijn toptijden van weleer misschien moeilijk te halen zijn, wil hij zonder twijfel op zijn best naar de Olympische 400-meter piste.