Luik-Bastenaken-Luik 1966: het enige monument dat Maître Jacques won

Wielersport | In 1966 won Jacques Anquetil, een van de grootste renners uit de geschiedenis van de Tour, zijn enige monument: hij kwam alleen aan op de wielerbaan van Rocourt.

Door Tagtik

Deel dit nieuws

In 1966 was Jacques Anquetil op zijn 32e in de nadagen van zijn carrière. Het was al twee jaar geleden dat hij zijn vijfde Ronde van Frankrijk had gewonnen in een episch duel met Raymond Poulidor.

Met vijf triomfen in de Tour, twee eindzeges in de Giro en eentje in de Vuelta was hij - op dat moment - de onbetwiste koning van de rittenkoersen. Zijn palmares vertoonde dan nog wel een lacune: een grote klassieker stond er niet op. Hij reed de grote klassiekers niet zo graag, want volgens hem was het vaak een "loterij", waar de sterkste renner niet altijd won.

Hij won wel Gent-Wevelgem in 1964 (zie foto) en Bordeaux-Parijs (een wedstrijd van een andere orde) in 1965. Voor de rest kon hij alleen maar enkele ereplaatsen in Parijs-Roubaix, de Waalse Pijl of de Ronde van Lombardije voorleggen. Te weinig voor zijn grote talent.

Einde van de heerschappij

In maart 1966 werd het einde van de heerschappij van Maître Jacques nog concreter met de opkomst van een jonge 20-jarige Belg die Milaan-Sanremo won. Zijn naam: Eddy Merckx. Felice Gimondi, de winnaar van de eerste Tour de France na Anquetil, had net Parijs-Roubaix gewonnen. Anquetil weet dat zijn beste dagen achter hem liggen...

Als voorbereiding op de Giro besloot hij toch in de Ardennen van start te gaan. In de Waalse Pijl eindigde Anquetil 13e op 3'30'' van de Italiaan Michelle Dancelli. Hij stak wel Lucien Aimar, zijn ploegmaat bij Ford, een handje toe om hem aan de tweede plek te helpen. Anquetil, die op die dag even goed is als Gimondi, Motta, Adorni, Van Looy en Poulidor, voelt dat de vorm goed is en dat hij kans maakt in Luik-Bastenaken-Luik, drie dagen later.

Onder de zon

Het is 2 mei 1966: onder een stralende zon begint de Normandiër, die een hekel heeft aan wind en regen, aan de race.

Hij rijdt de hele dag attent en waagt zijn kans op 43 km van Rocourt. Hij dicht snel de kloof met de 3 koplopers: de Luxemburger Johnny Schleck, vader van Frank en Andy, de Belg Joseph Spruyt en de Fransman Jean-Pierre Genêt.

Bij de volgende lastige helling, in Theux, laat Anquetil zijn drie metgezellen achter. Na een solo van 35 kilometer wint hij met vijf minuten voorsprong op Vic van Schil. Merckx wordt in zijn eerste Doyenne achtste. Later zou hij vijf keer Luik-Bastenaken-Luik winnen (1969, 71, 72, 73 en 75).

Epiloog voor de groene tafel

Maar de race had nog een epiloog voor de groene tafel. Twee dagen na de finish moest Jacques Anquetil zijn overwinning inleveren, want hij was niet naar de dopingcontrole geweest. Niemand had het hem gevraagd, zo luidde zijn verdediging. "Ik ben een man, geen fontein", zei Anquetil. Met de hulp van de toen bekende advocaat meester Floriot kreeg hij gelijk en bleef hij de winnaar.

In de Giro van 1966 werd hij derde achter Gianni Motta en Italo Zilioli. In de Tour hielp hij Lucien Aimar om Poulidor te verslaan. Eind augustus werden Anquetil en Poulidor respectievelijk tweede en derde op het WK op de Nürburgring.

Luik-Bastenaken-Luik 1966 was het laatste grote wapenfeit van Anquetil. In 1968 werd hij in Luik opnieuw vierde, in een wedstrijd die werd gewonnen door Valère Van Sweevelt.

Het volgende jaar begon de heerschappij van de Kannibaal... De top tien 1. Jacques Anquetil 2. Victor Van Schil 3. Willy In’t Ven 4. Walter Godefroot 5. Willy Planckaert 6. Michele Dancelli 7. Willy Bocklant 8. Eddy Merckx 9. Joseph Huysmans 10. Roger Swerts

Kijk wat je leuk vindt, waar en wanneer je wilt.

Ontdek Pickx Inloggen

Top

Top