Parijs-Roubaix 1957: die andere De Bruyne

Wielersport | Fred De Bruyne was de schakel tussen de twee grote "Rik"-tijdperken, Van Steenbergen en Van Looy, en won 4 monumenten aan het eind van de jaren 50. Zo won hij in 1957 Parijs-Roubaix. Een terugblik.

Door Tagtik

Deel dit nieuws

7 april 1957. Een week eerder had hij in de sprint de Ronde van Vlaanderen gewonnen, maar in deze 55e Parijs-Roubaix komt Fred De Bruyne solo aan. Hij pakte zo een dubbel die hem maar vier renners hadden voorgedaan: de Zwitser Henri Sutter in 1923 en de Belgen Romain Gijssels in 1932, Gaston Rebry in 1934 en Raymond Impanis in 1954.

Dubbel

De Hel van het Noorden wordt dat jaar gereden in een ijskoude wind die in het gezicht blaast. Alleen in de laatste 50 kilometer wordt het spannend, de finale is er eentje voor de geschiedenisboeken.

Vooraan rijdt een ploegmaat van Fred De Bruyne, de Italiaan Agostino Coletto, samen met de Fransman Nicolas Barone: zij hebben het hazenpad gekozen op 32 kilometer van de finish.

Achter het tweetal spat het peloton uit elkaar op elke kasseistrook, na elke strook vermindert het aantal kanshebbers op de overwinning. Louison Bobet en Jean Brankart raken achterop door een lekke band. Het peloton wordt uitgedund tot een dertigtal renners en houdt het ontsnapte tweetal binnen handbereik.

Op 12 kilometer van de aankomst gaat De Bruyne in de aanval. In minder dan 1 kilometer heeft hij zijn ploegmaat Coletto en diens metgezel Barone ingehaald en laat hij hen ter plaatse.

De voorsprong van De Bruyne groeit en ondanks een lekke band op 1200 meter van de wielerbaan, mag hij de handen in de lucht steken met meer dan een minuut voorsprong op een eerste groepje waarvan Rik Van Steenbergen de sprint wint voor Van Daele en Darrigade.

In de Ronde van Vlaanderen had Fred De Bruyne dezelfde strategie gebruikt: hij stuurde zijn ploegmaat Désiré Keteleer voorop, schudde het peloton af op de Muur van Geraardsbergen en haalde de vluchters in. Van een groepje van 11 was hij de snelste. Verzoening

Met deze zege in Roubaix raakte de Belgische wielerliefhebbers opnieuw verzoend met De Bruyne: die waren het jaar ervoor bijzonder teleurgesteld dat De Bruyne pas tweede was geëindigd door zijn eigen kansen op te offeren voor zijn ploegmaat bij Mercier-BP, Louison Bobet. De Bruyne was ondertussen overgestapt naar een Italiaanse ploeg (Carpano-Coppi) waar hij niet meer in dienst van een ander hoefde te rijden.

De man uit Berlare had alle redenen om de status van kopman op te eisen: het jaar ervoor, in 1956, had hij twee monumenten gewonnen, Milaan-Sanremo en Luik-Bastenaken-Luik. Hij won dat jaar ook Parijs-Nice en drie ritten in de Tour. In een select groepje

Door het jaar daarop de Ronde en Paris-Roubaix te winnen kwam hij aan 4 monumenten in 2 jaar en dat bracht hem bij een kleine kring van renners die tot op de dag van vandaag maar bestaat uit 4 renners: Louison Bobet, Germain Derycke, Hennie Kuiper, Sean Kelly en Philippe Gilbert wonnen samen met Fred De Bruyne 4 grote klassiekers.

De Bruyne won nog twee keer La Doyenne (in 1958 en 1959), nog een keer Parijs-Nice in 1958 en in totaal zes ritten in de Ronde van Frankrijk (3 in 1954 en 3 in 1956). De stem van het wielrennen

In 1961 rijdt hij zijn laatste profseizoen en wint hij nog Kuurne-Brussel-Kuurne.

Van de 5 monumenten van de wielerklassiekers ontbreekt alleen de Ronde van Lombardije op zijn palmares. Dat hebben maar 3 renners gekund: Rik Van Looy, Eddy Merckx en Roger De Vlaeminck. Het had weinig gescheeld of De Bruyne had bij dat groepje gezeten: in 1955 wordt hij tweede in Lombardije achter de Italiaan Cleto Maule.

Na zijn actieve wielercarrière verdwijnt hij niet uit het wielermilieu: jarenlang is hij de stem van het wielrennen voor de Vlaamse radio en televisie. Fred De Bruyne stierf op 4 februari 1994, op zijn 63e, in het dorpje Seillans, in de Var in Frankrijk, waar een plein naar hem is genoemd.

De 10 renners die de dubbel Ronde van Vlaanderen/Parijs-Roubaix hebben gewonnen
(Tom Boonen en Fabian Cancellara zelfs twee keer):

1923: Henri Sutter (Zwi)
1932: Romain Gijssels (Bel)
1934: Gaston Rebry (Bel)
1954: Raymond Impanis (Bel)
1957: Fred De Bruyne (Bel)
1962: Rik Van Looy (Bel)
1977: Roger De Vlaeminck (Bel)
2003: Peter Van Petegem (Bel)
2005: Tom Boonen (Bel)
2010: Fabian Cancellara (Zwii)
2012: Tom Boonen (Bel)
2013: Fabian Cancellara (Zwi)

Kijk wat je leuk vindt, waar en wanneer je wilt.

Ontdek Pickx Inloggen

Top

Top