Exact negentig jaar geleden werd met Johnny Cash een muzieklegende geboren

Muziek | Vandaag exact negentig jaar geleden zag één van de grootste iconen uit de muziekgeschiedenis het levenslicht in het Amerikaanse Kingsland: John R. Cash, The Man in Black.

Door Proximus

Deel dit nieuws

Johnny Cash blies zijn laatste adem uit op 12 september 2003. Hij was toen 71, maar zag er ettelijke jaren ouder uit. De liefde van zijn leven, June Carter, stierf enkele maanden eerder, op 15 mei 2003, op haar 73ste. Ze had Cash aangemaand om songs te blijven opnemen. In de laatste vier maanden van zijn leven vervolledigde hij zo nog zestig liedjes. Zijn laatste publieke optreden was op 5 juli 2003. “Ik ga sterven als ik niets om handen heb”, zou hij gezegd hebben tegen muziekproducer Rick Rubin. Hij zat toen thuis in een rolstoel in Virginia. Zijn allerlaatste opnames dateren van 21 augustus 2003. Cash stierf aan complicaties veroorzaakt door diabetes.

Johnny Cash was één van de meest fonkelende countrysterren aller tijden. Hij ging de geschiedenis in als countryster, maar was van vele markten thuis: hij speelde ook gospel, rock-'n-roll, blues en folk. Ondanks zijn hardnekkige drugsverslavingen behield hij zijn hele leven lang zijn christelijk geloof. Hij was een toegewijde family man die er desalniettemin een aantal affaires op nahield.

Cash groeide op een in een oerconservatief cowboymilieu. In 1935 settelde het gezin Cash zich in Dyess, Arkansas. Een streek waar arme families de kans kregen om op het land te werken – gronden waarvan ze later eigenaar konden worden. Vanaf de leeftijd van vijf jaar werkte hij op katoenplantages met zijn gezin. Ze zongen tijdens het werken. De ontberingen die het gezin meemaakte tijdens de Grote Depressie waren de kiem voor zijn levenslange sympathieën ten aanzien van de minderbedeelden en de working class, en vormden een grote inspiratiebron voor veel van zijn songs.

Vrienden met Bob Dylan

In 1944 overleed Cash’ oudere broer Jack na een arbeidsongeval met een tafelzaag. Zijn moeder en een jeugdvriend leerden de kleine Johnny gitaarspelen. Op zijn twaalfde begon hij songs te spelen en te schrijven. Op de middelbare school zong Cash liedjes bij een lokale radiozender. In 1950 ging hij in dienst bij de Air Force, waarna hij werd uitgestuurd naar Landsberg in West-Duitsland. Daar richtte hij zijn allereerste band op: The Landsberg Barbarians. In 1954 zwaaide hij af als stafsergeant en keerde terug naar Texas.

Eind jaren 50 proefde Cash als late twintiger voor het eerst van muzikaal succes. Toen viel hij ook als een blok voor de verleidingen van drank en drugs – verdovende middelen die hem rechthielden tijdens zijn slopende tournees. “Ik heb elke drug geprobeerd die er bestaat”, liet hij zich ooit ontvallen. Tot drie keer toe werd hij opgenomen in een afkickkliniek. Door zijn rebelse inborst kwam hij ook meermaals in aanraking met het gerecht. Hij zat nooit een gevangenisstraf uit, maar belandde wel zeven keer achter tralies voor kleine misdrijven.

In 1957 verscheen zijn debuutalbum ‘Johnny Cash with His Hot and Blue Guitar!’, met vier van zijn hitsingles: ‘I Walk the Line’, ‘Cry! Cry! Cry!’, ‘So Doggone Lonesome’ en ‘Folsom Prison Blues’. Hij begon zwarte kledij te dragen omdat die minder snel vuil werden tijdens lange tournees – vandaar zijn bijnaam ‘The Man In Black’. Bob Dylan werd een vriend, samen namen ze muziek op.

87 studioalbums

Zijn tweede studioalbum, ‘The Fabulous Johnny Cash’, verscheen kort na z’n eerste, in 1958. Zijn ster was rijzende. In de jaren zestig en zeventig stond hij op het toppunt van zijn roem. Cash ontmoette verschillende Amerikaanse presidenten, van wie sommige vrienden werden, zoals Jimmy Carter. Zijn negentiende studioalbum ‘I Walk the Line’ uit 1964 ging de geschiedenis in als één van de absolute hoogtepunten uit zijn oeuvre. Cash trad vaak op in gevangenissen, voor de verschoppelingen van de maatschappij. Bekend zijn de albums 'At Folsom Prison' (1968) en 'At San Quentin' (1969), die ook tot de crème de la crème van zijn repertoire behoren.

Tussen medio jaren tachtig en de vroege jaren negentig daalde de populariteit van Cash. Maar toen U2 bij Cash aanklopte voor de song ‘The Wanderer’, dat op het album ‘Zooropa’ uit 1993 verscheen, kreeg zijn carrière een tweede leven. In de herfst van zijn carrière begon hij covers te maken (Leonard Cohens ‘Bird On A Wire’) en herwon hij het respect van het grote publiek door zijn ziel bloot te leggen.

Het vele toeren eiste echter zijn tol: Cash takelde zienderogen af. Zijn 87ste en laatste studioalbum, ‘American IV: The Man Comes Around’ uit 2002, bevatte een cover van Nine Inch Nails’ ‘Hurt’. De song wordt beschouwd als een krachtige en onverwachte viering van de ‘outlaw spirit’ van Cash. Amper een jaar na die release was de eeuwige rockrebel dood.

Kijk wat je leuk vindt, waar en wanneer je wilt.

Ontdek Pickx Inloggen

Top

Top