De halve finales van de Spaanse Supercup worden deze woensdag afgewerkt in het King Fahd Stadium in het Saudische Riyad. Onder andere met een Clásico tussen FC Barcelona en Real Madrid op de affiche. Een klassieker die carrières kraakt en maakt. Zoals het geval bleek voor de Joegoslavische ster Predrag Spasic… helaas voor hem in negatieve zin.

Om zicht te krijgen op die veelbelovende carrière van Predrag Spasic bij Real Madrid, moeten we eerst terug naar het seizoen 1990/1991. De Joegoslavische verdediger, op dat moment 25 jaar, had er net een uitstekend WK opzitten in Italië. Ook bij Partizan Belgrado was Spasic een absolute sterkhouder in de defensie. Real was op zoek naar verdedigende versterking en kwam Spasic zo op het spoor. Dat hij nog maar 25 lentes telde, deed de Madrileense delegatie echter even twijfelen, door zijn kalende knikker dachten ze immers een ervaren speler gestrikt te hebben.

Hoe dan ook ging de transferdeal toch door en zo arriveerde de eerder anonieme voetballer van 1m90 in Madrid. Voor de speler zelf een droom die uitkwam. “Real Madrid is de beste club ter wereld en de droom van elke profvoetballer”, aldus Spasic. “Het is een eer dat ik als eerste Partizan-speler ooit hier kan tekenen. Ik was één jaar oud toen Real al zijn zesde Europabeker won, in een finale tegen Partizan nota bene.” Maar de Madrileense pers vermoedde eerder dat Real een communistische spion in huis hadden gehaald.

Catastrofale Clásico

De idylle verloopt echter niet zoals gewenst en de nieuwkomer blijkt moeite te hebben om zijn niveau te halen vanop het WK. De media sparen hun kritiek niet en ook de supporters tonen hun ongenoegen over de nieuwe aankoop van hun geliefde club. Op 19 januari 1991 volgt dan de genadeslag: in een Clásico tegen Barcelona voetbalt Spasic zich de geschiedenisboeken in als een van de slechtste Realtransfers ooit.

In die altijd geladen topaffiche ontpopt de verdediger zich tot antiheld. Bij een 1-1 stand gaat hij in de 62ste minuut gruwelijk in de fout door een voorzet van Barça overtuigend in eigen doel te koppen. De Catalaanse supporters maakten de wonde nog erger door de naam van Spasic te bezingen alsof hun hun eigen held betrof. “Op dat moment dacht ik dat ik zou sterven”, vertelde de betrokkene in een interview met de Spaanse krant AS in 2000. “Camp Nou bleek mijn begraafplaats als speler van Real Madrid. Nooit nog zal ik vergeten hoe een vol Camp Nou scandeerde: Spasic, Spasic, Spacic!” Na die owngoal kreeg de verdediger geen enkele kans meer bij de Koninklijke en zo kwijnde hij langzaamaan weg op de bank.

Een carrière in het slop

Aan het einde van dat debuutseizoen bij Real mocht Spasic alweer zijn koffers pakken, op zoek naar andere oorden. Meer bepaald Pamplona, waar de plaatselijke voetbaltrots Osasuna hem een levenslijn toewierp. Daar zou Spasic uiteindelijk drie seizoenen blijven voetballen, waarna hij nog even naar Marbella verkaste maar daar niet verder kwam dan vijf wedstrijden. In 1996 beëindigde hij vroegtijdig zijn carrière, spelend bij Radnicki Belgrado. Een veelbelovende carrière die door die ene dag in januari van 1991 een heel andere wending kreeg.

“Heel mijn leven veranderde door die fameuze Barça – Real, het was verschrikkelijk,” concludeerde een nog altijd verbijsterde Spasic jaren later.