De federale overheid heeft voorlopig amper twee patiënten erkend voor blijvende arbeidsongeschiktheid vanwege COVID-19. "In beide gevallen gaat het om ­onomkeerbare schade", zegt Fedris, de ­bevoegde overheidsdienst voor ­beroepsrisico's. Voor tijde­lijke arbeidsongeschiktheid ­werden er wel al meer erkenningen verleend, schrijven De Standaard, Het Nieuwsblad en Het Belang van Limburg.
Wie blijvende schade opliep na een coronabesmetting op het werk, kan in principe een beroep doen op een blijvende uitkering van de overheid. Die vergoeding ligt normaal veel hoger dan die van de mutualiteit, tot 90 procent van het oorspronkelijke loon. Maar daarvoor een ­erkenning krijgen blijkt dus niet evident. 

Bij Fedris verwijzen ze naar de 'complexiteit en onduidelijkheid' rond langdurige covid. "Wij vergoeden het remgeld en het loonverlies tijdens de ziekteperiode", zegt de communicatiedienst. "Maar hoe definieer je een ziekteperiode bij long covid? Daar is nog geen ­wetenschappelijke en medische consensus voor."

De wachttijden voor de aanvragen lopen intussen stevig op. Fedris stelde al dat de verwerking van een dossier in principe vier maanden in beslag neemt, maar dat de ­gemiddelde behandelings­termijn van een coviddossier al zeker dubbel zo lang duurt, ook al wordt er extra personeel aangeworven.

Naar schatting 10 tot 25 op de 100 mensen die met het corona­virus besmet raakten, zijn drie maanden later nog steeds niet ­helemaal hersteld. In ons land gaat het waarschijnlijk over 115.000 mensen.