De ministers van Buitenlandse Zaken van de dertig NAVO-landen hebben dinsdag en woensdag een eerste gesprek gehad over het toekomstige strategisch concept van de verdragsorganisatie. Dat concept moet de ambities van de alliantie voor de komende jaren bepalen.
Het nieuwe strategische concept, een soort handleiding voor de alliantie, moet tijdens de volgende top van de staatshoofden en regeringsleiders - op 29 en 30 juni volgend jaar in Madrid - worden goedgekeurd. Het huidige concept dateert van 2010.
Jens Stoltenberg, secretaris-generaal van de NAVO, legde een nota voor aan de ministers die de afgelopen twee dagen vergaderden in Riga in Letland, zei de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Sophie Wilmès. In een gesprek met nieuwsagentschap Belga pleitte zij voor "continuïteit". 
Voor België is het immers belangrijk de grote krachtlijnen van het strategisch concept van 2010 te bewaren. Het gaat om de voornaamste taken van de alliantie, in de eerste plaats de collectieve defensie in de Europees-Atlantische zone, aldus de minister. Andere fundamentele taken zijn crisisbeheer, zoals de interventies in Kosovo en Afghanistan, en veiligheidssamenwerking, zoals de partnerschappen met niet-lidstaten.
Voor Wilmès spreekt het voor zich dat het strategisch concept wordt geactualiseerd, om rekening te houden met de nieuwe uitdagingen en bedreigingen. Het gaat dan om de toenemende macht van China, de klimaatverandering, de opkomst van nieuwe technologieën en hybride bedreigingen die landen zoals Rusland en China vormen.
De NAVO stelde een verslag op over welke lessen te trekken zijn uit de aanwezigheid in Afghanistan. In het land had de alliantie eerst een gevechtsmissie, om daarna over te schakelen op de vorming van de Afghaanse veiligheidstroepen. Na de terugtrekking van de NAVO-troepen konden de taliban in augustus opnieuw de macht grijpen. Dat verslag diende als basis voor de gesprekken van de ministers in Riga. 
Volgens Wilmès komen een aantal belangrijke lessen naar voor, zowel positieve als negatieve. "Onze aanwezigheid in Afghanistan, waartoe twintig jaar geleden is beslist, was een noodzaak om strijd te voeren en bescherming te bieden tegen de terroristische dreiging. In die periode heeft de NAVO blijk gegeven van cohesie en van de politieke en militaire capaciteit om een crisisbeheersingsmissie van deze omvang op zich te nemen", zegt ze na afloop van de vergaderingen. "Ik ben mij er ook van bewust dat de aanwezigheid van de geallieerden het leven van het Afghaanse volk heeft verbeterd, ook al moeten we helaas vaststellen dat deze verbetering nog broos is. We mogen het Afghaanse volk, en vooral de vrouwen en meisjes, niet in de steek laten."
Daarnaast wijst Wilmès ook op de moeilijkheden aan het einde van de missie. "De beslissing om zich terug te trekken illustreert in de eerste plaats de dringende noodzaak van meer politiek overleg tussen de bondgenoten", zegt ze. "Toegegeven, er waren ook tekortkomingen in de rapportering over de situatie ter plaatse, die van vitaal belang is voor een goede analyse van de situatie." Zo moet meer rekening gehouden worden met de maatschappelijke en culturele context van de landen waarin de troepen opereren. "België hoopt dat alle beschouwingen over Afghanistan zullen worden meegenomen bij de herziening van het strategisch concept en zullen bijdragen tot een betere planning en uitvoering van de huidige en toekomstige operaties", aldus nog Wilmès.