De vraag van de Vlaamse regering om de hele bevolking een boosterprik te geven, is nieuw voor minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). Beslissingen daarover worden genomen binnen de interministeriële conferentie (IMC) en de minister heeft er geen problemen mee de vraag om advies daarover expliciet aan de Hoge Gezondheidsraad (HGR) te stellen. Hij vindt het wel belangrijk te werken op basis van wetenschappelijk overleg.
Het kabinet van minister-president Jan Jambon liet vandaag weten dat de Vlaamse regering een derde prik van het vaccin tegen het coronavirus algemeen wil toedienen (of een tweede in het geval van Johnson & Johnson). Momenteel geldt die boosterprik enkel voor bewoners van woonzorgcentra, 65-plussers en mensen met een verlaagde immuniteit.

"Er is daarover nog geen enkele onderlinge communicatie geweest tussen mijn collega binnen de Vlaamse regering (Wouter Beke, nvdr) en mezelf. Dit is nieuw voor mij", verklaarde minister Vandenbroucke vandaag in de bevoegde Kamercommissie op een vraag van Kathleen Depoorter (N-VA).

Beslissingen over het boostervaccin worden genomen in de IMC, waar alle ministers van Volksgezondheid vertegenwoordigd zijn. Dat gebeurt op basis van wetenschappelijk advies van de HGR en van de taskforce vaccinaties, die zich baseren op de evolutie van het wetenschappelijk inzicht in de werking van de vaccins en de kracht van het virus.

De HGR is gevraagd te kijken welke de volgende stappen kunnen zijn. Dat ging expliciet over de zorgverleners en mensen met comorbiditeit. Bovendien werd het nuttig geacht te polsen naar de vaccins van Johnson & Johnson en AstraZeneca. "De bredere vraag om alle Belgen een boostervaccin te geven werd niet expliciet gesteld. Impliciet ligt de vraag wel al voor bij de HGR, omdat die werd gevraagd na te denken over verdere stappen", legde minister Vandenbroucke uit. "Als de IMC samenkomt, heb ik er geen probleem mee de vraag expliciet te stellen."

Vandenbroucke gaf nog aan zelf bijzonder voorzichtig te zijn met publieke verklaringen, omdat de wetenschap nog constant evolueert. "Wel is het belangrijk dat we werken op basis van wetenschappelijk overleg in deze", besloot hij.