KVC Westerlo kroop zondagavond door het oog van de naald op Le Canonnier. De Kempenaars leken lang op weg naar een gelijkspel, maar konden in het ultieme slot van de match toch nog een driepunter op zak steken. Door deze zege staat Westerlo nu al vier punten los in 1B.
De troepen van Jonas De Roeck lijken dan ook de gedoodverfde titelfavoriet te gaan worden in een seizoen waarin er vooraf geen enkel team echt bovenuit stak. Goed begonnen is half gewonnen dus? Niet helemaal, want Westerlo maakte ook de voorbije jaren telkens een blitzstart om dan een terugval te kennen als de knikkers écht verdeeld werden.

De voorbije vier seizoenen stond Westerlo telkens (mee) op kop na zes speeldagen. In 2018-2019 telden de Kemphanen 13 punten na zes matchen en stonden ze ook vier punten voor op de nummers twee (toen Beerschot en Lommel). Na veertien speeldagen (toen de eerste periodetitel uitgedeeld werd) stond Westerlo nog maar op een vierde plaats met 19 punten. KV Mechelen won de periode met 30 punten.

In 2019-2020 puurde Westerlo opnieuw 13 punten uit de eerste zes competitiematchen. Toen deelden Bob Peeters en co de leiding met OH Leuven. Na veertien speeldagen was het OHL dat de eerste periodetitel in de wacht sleepte. Westerlo was toen teruggevallen naar de derde plek met 26 punten.

En ook vorig seizoen was het Westerlo boven na zes speeldagen. Dit keer deelden de Kempenaars de leiding met RFC Seraing. Beide teams begonnen het seizoen met 12 op 18. Net zoals dit seizoen was er toen geen periodetitel na 14 speeldagen, maar werd de kampioen rechtstreeks gekroond na 28 matchen. Uiteindelijk eindigde Westerlo na een moeizaam seizoen (deels door Covid-19) gedeeld derde met 27 punten achterstand op kampioen Union SG.