Marith Vanhove reed zaterdag naar een knappe zevende plaats op het WK wielrennen bij de junioren meisjes. "Ik ben heel tevreden", zei ze na afloop. "Dit WK toont aan dat ik bij de wereldtop hoor in mijn categorie."
Vanhove zat in het groepje dat streed voor het brons, maar ze kwam niet meer aan sprinten toe en moest vrede nemen met een zevende plaats. "Ik zette nog aan, maar ik voelde al snel dat ik niets meer in de benen had." 
"Het was een heel snelle wedstrijd waarbij het nooit echt stil viel", deed ze haar verhaal. "We rijden een gemiddelde van meer dan 38 km/uur (38,94 zelfs, red.) op dit parcours en dat bij de junioren. Dat zegt echt wel iets over het niveau."
Net zoals in de andere categorieën werd ook deze wedstrijd ontsierd door de vele valpartijen. "Ik zat zelf ook even vast achter een groepje", legde ze uit. "Daarna moest ik stevig uit de hoek komen om terug te komen. Ik heb nog even aangevallen met een groepje, maar er was geen enkel Italiaans meisje mee in de kopgroep en dus haalden ze ons terug."
Op het eind was het aanklampen. "Ik ben niet de beste klimmer, maar ik wilde bij dat groepje blijven voor de sprint om het brons. Het goud en zilver was weg. Zoë en die Amerikaanse Kaia Schmid zijn echt veel sterker. Ik ken ze van de piste. Toen zij gingen, wilde ik wel mee, maar ik moest passen. Voor dat brons wilde ik aanklampen. Die aankomst moest me liggen, maar in de sprint had ik helaas niets meer in de benen."
Vanhove toonde zich op internationaal niveau. "Ik kan heel tevreden terugblikken op dit WK", eindigde ze. "Deze wegrit betekent meer voor mij dan de tijdrit en ik toon me op internationaal niveau. Ik hoor toch wel een beetje bij de top en dat stemt me heel blij."