Voor de Brusselse rechtbank van eerste aanleg zijn vandaag de laatste pleidooien gehouden over de annulatieverzoeken die zes partijen hebben ingediend tegen het finale vonnis van het Belgisch Abritragehof voor de Sport (BAS) in de matchfixingzaak rond de wedstrijd KV Mechelen/Waasland-Beveren van maart 2018. De eisers willen het vonnis van het BAS laten annuleren omdat procedures zouden geschonden zijn en de rechten van verdediging niet zouden gerespecteerd zijn.
Spelersmakelaars Walter Mortelmans en Dejan Veljkovic en de Mechelse ex-bestuurders Olivier Somers, Stefaan Vanroy, Thierry Steemans en Johan Timmermans legden elk individueel een annulatieberoep neer tegen het finale vonnis van het BAS. Van de voormalige Mechelse bestuurders kreeg Vanroy een schorsing van zeven jaar, de overige drie werden tien jaar geschorst. Veljkovic kreeg als makelaar een schorsing van tien jaar opgelegd, Mortelmans mocht een jaar effectief zijn beroep niet uitoefenen. 

Een arbitrale uitspraak is in principe niet voor beroep vatbaar, maar het gerechtelijk wetboek voorziet in specifieke gevallen wel nog een ultiem reddingsmiddel. Dat kan bijvoorbeeld wanneer de uitspraak in strijd is met de openbare orde, zoals bijvoorbeeld een schending van de rechten van verdediging, of een karige motivering van een arbitragehof.

De eisers voerden de voorbije weken een resem argumenten aan om de rechtbank ervan te overtuigen dat het BAS hun rechten van verdediging inderdaad niet had gerespecteerd en zijn vonnis gebrekkig had gemotiveerd. Spelersmakelaar Mortelmans pleitte ook dat hij nooit had mogen terechtstaan voor het BAS omdat hij niet was aangesloten bij de KBVB. De voetbalbond van haar kant verdedigde de procedure voor het BAS en het vonnis dat eruit was voortgevloeid.

De Brusselse rechtbank van eerste aanleg zal nu binnen de vier weken, ten laatste op 22 oktober, uitspraak doen.