Premier Alexander De Croo en minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès hadden donderdagmiddag in New York, in de marge van de Algemene Vergadering van de VN, een "constructief gesprek" met de Congolese president Félix Tshisekedi en diens minister van Buitenlandse Zaken Christophe Lutundula. Het viertal hield een werklunch, die in het teken stond van de "nieuwe dynamiek" in de relatie tussen de twee landen.
Na de woelige jaren onder Kabila en Tshisekedi's moeilijke eerste twee jaren lijkt de politieke situatie in Congo vandaag ietwat gekalmeerd. De afgelopen maanden konden daardoor stappen gezet worden naar een verdere normalisering van de banden tussen Congo en België. Zo was er de recente aankondiging over de teruggave van roofkunst: daarvoor werd door ons land, als eerste wereldwijd, een systematische aanpak ontwikkeld.
Toch blijven er nog vele uitdagingen in de vroegere kolonie. De onrust in het oosten van het land, bijvoorbeeld, blijft voortduren. Vorige week nog publiceerde de Kivu Security Group, een samenwerking tussen Human Rights Watch en de Congo Research Group, nieuwe cijfers over de bloedbaden die in de regio worden aangericht. Sinds in mei de noodtoestand werd uitgeroepen in de provincies Noord-Kivu en Ituri, en het leger de macht overnam, kwamen bij aanvallen door gewapende groepen al zeker 740 burgers om. 67 van hen werden gedood door het regeringsleger.
Bij de afkondiging van de krijgswet had Tshisekedi nog beweerd dat dit de veiligheid terug zou brengen, maar het aantal burgerdoden blijft hoog. Ook de strijd tegen de straffeloosheid, onder meer in het oosten, blijft een grote uitdaging.
Deze en vele andere thema's maakten deel uit van Tshisekedi's ambitieuze hervormingsagenda, maar de politieke strubbelingen in de eerste twee jaar van zijn mandaat leidden ertoe dat het land amper vooruitgang geboekt heeft.