Op zondag 26 september doet de crème de la crème van het internationale wielerpeloton in Leuven een gooi naar de oppergaai: de regenboogtrui. We rijden onze benen los met een terugblik op enkele minder bekende Belgische winnaars van het wereldkampioenschap wielrennen. In onze derde terugblik blijven we net voor de Tweede Wereldoorlog.
 
Marcel Kint staat te boek als de langst regerende wereldkampioen: hij pakte de wereldtitel in het Nederlandse Valkenburg in 1938 en door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam er pas opnieuw een wereldkampioenschap in 1946 in Zürich.27 keer de Cauberg op

Op dat WK moest de Cauberg maar liefst 27 keer worden beklommen. De grote Italiaan Gino Bartali had zichzelf uitgeroepen tot de grote favoriet, maar Kint had zich minutieus voorbereid op de strijd om de regenboogtrui door talloze trainingsritjes rond de Cauberg. Bartali miskeek zich op de Cauberg en gaf al halfweg koers op. In de spurt was Kint sterker dan twee Zwitsers, Paul Egli en Leo Amberg.Tijdens de oorlog was de Zwarte Arend, zoals zijn bijnaam luidde door zijn scherpe profiel en neus en zijn gitzwarte haren, zijn capaciteiten als renner niet verloren: daarvan getuigen zijn drie overwinningen op rij in de Waalse Pijl tijdens de oorlog (1943, 1944 en 1945). In 1946 maakte hij in Zürich een nieuwe kans op de wereldtitel. Met thuisrijder Hans Knecht ging hij de laatste rechte lijn in, maar enkele jongeren sprongen over de dranghekken. Een van hen kon het zadel van Kint vastnemen en hem zo tegenhouden. Een jurylid zag het incident, maar toch bleef de uitslag behouden.Een indrukwekkend palmares

Kint bouwde een indrukwekkend palmares op dat nog groter had kunnen zijn als de Tweede Wereldoorlog niet was uitgebroken. Naast zijn zeges op het WK en drie keer de Waalse Pijl won hij in totaal ook 6 ritten in de Ronde van Frankrijk (in 1936, 1938 en 1939), Parijs-Brussel in 1938, het Belgisch kampioenschap in 1939, Parijs-Roubaix in 1943 en Gent-Wevelgem in 1949. De naam van de in 2002 in Kortrijk overleden renner leeft voort in de Grote Prijs Marcel Kint die elk jaar in zijn West-Vlaamse thuisbasis Zwevegem gereden. Op de (recentere) erelijst prijken grote namen als Eddy Planckaert, Peter Van Petegem en Frank Vandenbroucke. In de laatste jaren ging de zege naar snelle benen als Jonas Rickaert, Nacer Bouhanni, Bryan Coquard en Alvaro Hodeg.

(DC/Picture : Photo News)

Van dit artikel genoten? Ontdek hier de andere afleveringen van onze reeks "De 'vergeten' Belgische wereldkampioenen".

Al verschenen artikels :
- Karel Kaers, de kolos uit de Kempen (1934)
- Eloi Meulenberg, de eerste Waal in de regenboogtrui (1937)

Komende afleveringen :
- Stan Ockers, een ware mythe (1955)