Op zondag 26 september doet de crème de la crème van het internationale wielerpeloton in Leuven een gooi naar de oppergaai: de regenboogtrui. We rijden onze benen los met een terugblik op enkele minder bekende Belgische winnaars van het wereldkampioenschap wielrennen. In onze eerste terugblik gaan we terug naar de periode tussen de twee wereldoorlogen.
 
Snelle sprint

Een snelle sprint is vaak een garantie op een rijkgevuld palmares: dat is niet anders voor Karel Kaers, de bijzondere krachtpatser uit de Kempen. Ondanks zijn jeugdige leeftijd haalde Kaers de selectie van de Belgische afvaardiging voor het WK van 1934 dat in Leipzig werd gereden. In het Duitsland waar het nazisme aan zijn opkomst was begonnen, haalde Kaers het in een niet onbesproken spurt voor de Italiaan Learco Guerra. De Italianen dienden nog een klacht in omdat Guerra naar de dranghekken zou zijn gedreven, maar zijn protest haalde niks uit. Een andere Belg, Gust Danneels, pakte het brons. Met zijn 20 jaar en 46 dagen werd Kaers de jongste wereldkampioen ooit, een record dat tot vandaag nog altijd standhoudt.Eén keer Belgisch kampioen, één klassieke zege, altijd straffe verhalen

Zijn zege op het Belgische kampioenschap in 1937 in Sint-Kruis (Brugge) behoort tot de rijke anekdotiek van de Vlaamse wielergeschiedenis: met enkele renners logeerde Kaers de avond ervoor in een café. Zijn concurrenten spoorden hem aan om in te gaan op de avances van de knappe dochter van de cafébaas, in de hoop dat hij zo al krachten zou verspelen nog voor hij aan de start kwam. Hun pogingen waren tevergeefs: ondanks zijn nachtelijke avonturen veroverde Kaers als grote favoriet de Belgische driekleur. Met zijn kracht en zijn snelheid is het verwonderlijk dat hij maar 1 grote klassieker won: de Ronde van Vlaanderen in 1939. Ook die zege is het voorwerp van een straf verhaal: Kaers reed de Ronde van Vlaanderen als voorbereiding op Parijs-Roubaix en plaatste vooraf zijn wagen boven op de Oude Kwaremont. Op die plek zou hij afstappen en naar huis terugkeren. Zijn ploegleider had zijn plannetje door en verplaatste zijn wagen. Kaers dacht dat op de Kwaremont zij wedstrijd voorbij zou zijn en plaatste een demarrage. Toen Kaers zijn wagen niet meer zag staan, besloot hij dan maar de wedstrijd uit te rijden en gaf hij zijn voorsprong niet meer uit handen.Primus op de piste

In grote rittenwedstrijden reed hij nooit, maar op de piste werd hij een ware attractie. Hij won 4 zesdaagses: Parijs (1938), Londen (1939), Kopenhagen (1939) en Brussel (1940). Na zijn carrière opende hij een café aan het Sportpaleis in Antwerpen waar hij in de jaren 1930 zoveel successen had gekend. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon hij niet het palmares uitbouwen dat hij had verdiend. In Vosselaar, zijn geboorteplek, werd een straat naar hem genoemd: de Karel Kaerslaan.

(DC/Picture : Photo news)

Van dit artikel genoten? Ontdek hier de andere afleveringen van onze reeks "De 'vergeten' Belgische wereldkampioenen".
- Eloi Meulenberg, de eerste Waal in de regenboogtrui (1937)
- Marcel Kint, de langst regerende wereldkampioen (1938)
- Stan Ockers, een ware mythe (1955)