De federale regering en de deelstaten hebben op het Overlegcomité komaf gemaakt met de algemene mondmaskerverplichting in heel wat sectoren. In de praktijk zal dat op dit moment wellicht alleen voor Vlaanderen gelden: de deelstaten mogen zelf maatregelen toevoegen aan de 'federale sokkel'. "We leggen de verantwoordelijkheid meer en meer bij de gewestregeringen, dat zal de komende maanden zo verder gaan", zei vicepremier en minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke.
Het Overlegcomité kwam vanmiddag samen met één groot agendapunt: de mondmaskerverplichting. De voorbije week pleitte de ene na de andere voor het einde van het verplichte mondmasker, nadat premier Alexander De Croo (Open Vld) de deur tijdens het weekend op een kier had gezet.

Tegelijkertijd predikte expertengroep Gems de voorzichtigheid: in binnenruimtes waar gevaccineerde en niet-gevaccineerde mensen elkaar kunnen ontmoeten blijft het mondmasker "cruciaal", net als in openlucht wanneer veel mensen dicht bij elkaar staan, klonk het in een rapport dat infectiologe Erika Vlieghe en co. naar aanleiding van het Overlegcomité van vandaag opstelden. 

Er werd een stevige discussie verwacht, maar uiteindelijk kwamen de verschillende regeringen er vrij snel uit. Zowat twee uur na de start van het Overlegcomité lekte al uit dat de algemene mondmaskerplicht in winkels en horecazaken vanaf 1 oktober op de schop zou gaan. Premier Alexander De Croo bevestigde dat rond 18 uur op een persconferentie. De vaccinatiegraad in ons land is hoog genoeg om een nieuwe "etappe richting de vrijheid" in te zetten, klonk het. 

Concreet betekent dat dat het mondmasker vanaf volgende maand afgezet mag worden in winkels, horecazaken of op het werk. Enkel in de binnenruimtes van het openbaar vervoer, de treinstations en de luchthavens blijft de mondmaskerplicht bestaan, net als in zorginstellingen, voor personeelsleden en klanten van medische en niet-medische contactberoepen en bij allerhande evenementen met meer dan 500 mensen binnen, als die tenminste geen gebruik maken van de coronapas. 

Die regels gelden voor het volledige land, maar de deelstaten mogen daar zelf wel strenger in zijn. Daar wordt volgende week binnen de verschillende regionale regeringen over beslist, maar in Vlaanderen blijft het allicht bij de minimale "federale sokkel", gaf Vlaams-minister president Jan Jambon vanavond al aan. "Ik ben zeer blij dat we op 1 oktober weer een hele grote stap kunnen zetten naar het rijk van de vrijheid", klonk het tevreden. 

In Wallonië en vooral in Brussel ligt de vaccinatiegraad echter een pak minder hoog. Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) wond er geen doekjes om: "de gezondheidssituatie in Brussel is een beetje verbeterd, maar laat ons absoluut niet toe om verder te versoepelen". In de hoofdstad zullen mondmaskers dus vooralsnog verplicht blijven in bijvoorbeeld de horeca en handelszaken. Ook onder meer de strenge aanbeveling om te telewerken, de beperkingen op privébijeenkomsten en het verplichte sluitingsuur van de horeca blijven in Brussel gehandhaafd. De andere regio's hebben daar op het vorige Overlegcomité eind augustus al komaf mee gemaakt. 

De Waalse regering is er naar verluidt nog niet helemaal uit, al pleitte minister-president Elio Di Rupo (PS) al wel voor voorzichtigheid. "Waar gevaccineerden en niet-gevaccineerden elkaar binnen ontmoeten is een mondmasker aangewezen, net als in openlucht als er veel mensen dicht opeen komen", klonk het.

De deelstaten krijgen niet alleen de teugels van het mondmaskerbeleid voor een groot deel in handen. Dat geldt ook voor het Covid Safe Ticket, of de coronapas in de volksmond. De federale overheid legt het gebruik van het Covid Safe Ticket op voor de nachtclubs, die overal in het land vanaf 1 oktober kunnen heropenen, maar laat het verder over aan de gewesten. Jambon gaf aan dat de Vlaamse regering daar begin volgende week over beslist, Brussel gaf eerder al aan de coronapas te willen invoeren in de horeca. 

De heropening van de nachtclubs gaat ook gepaard met strengere protocollen rond ventilatie en luchtkwaliteit, maar die moeten nog worden uitgewerkt. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) benadrukte in elk geval dat er een overgangsperiode komt, zodat uitbaters de tijd hebben om alles op orde te krijgen. Maar hardleerse discotheek-eigenaars riskeren na verloop van tijd wel verplichte sluiting, klonk het streng. Het regelgevend kader rond ventilatie en luchtkwaliteit zal bovendien niet alleen gelden voor het nachtleven, maar ook voor de horeca en voor fitnesscentra en andere indoo sportinfrastructuur, gaf de minister aan.

Vandenbroucke, die op voorhand vasthield aan een voorzichtige aanpak, was verder opvallend tevreden over de beslissingen van het Overlegcomité. "Ik ben bijzonder tevreden met het resultaat van het debat over het mondmasker. We beginnen dezelfde taal te spreken, elkaar te begrijpen en goeie evenwichten te vinden", klonk het. In Vlaanderen was de tijd rijp om te versoepelen, de andere regio's is het volgens de Vooruit-vicepremier "logisch" dat de maatregelen verschillen. "We leggen de verantwoordelijkheid meer en meer bij de gewestregeringen, dat zal de komende maanden zo verder gaan."

Het einde van de federale fase, die al sinds maart vorig jaar van kracht is, zit er echter nog niet meteen aan te komen. Het coronacommissariaat is volop bezig met de voorbereiding ervan, maar gezien de complexiteit van de oefening is dat "zeker niet voor eind oktober", zei De Croo. 

Het Overlegcomité komt midden volgende maand opnieuw samen.