Het WK wielrennen in Vlaanderen trekt zich zondag officieel op gang met de tijdrit voor de heren elite. De Italiaan Filippo Ganna kroonde zich in 2020 in Imola tot wereldkampioen tegen de klok, voor Wout van Aert en Stefan Küng. Dit trio mag zondag dromen van het allerhoogste, al zullen Remco Evenepoel, Kasper Asgreen of Rohan Dennis daar ongetwijfeld een stokje voor willen steken.
Vorig jaar werkten de tijdrijders een chrono af van 31,7 km, over een geaccidenteerd parcours. Zondag moeten ze meer kilometers afleggen, 43,3 km tussen Knokke en Brugge, over een nagenoeg biljartvlak parcours met amper 78 hoogtemeters.

De start van de tijdritten ligt op het Noordzeestrand, ter hoogte van het casino in Knokke-Heist. Tijdens de eerste 1,5 km fietsen de renners langs de zee, gevolgd door een passage in het centrum van Knokke-Heist. Daarna gaat het richting binnenland, langs kanalen en vaarten en kan de wind z'n rol spelen. Na bijna vijf kilometer kaarsrechte wegen gaan de renners via Dudzele naar Brugge waarna ze via een U-bocht terugkeren naar Dudzele om vervolgens via Oostkerke en Damme, opnieuw met lange rechte stukken, naar de aankomstplaats op 't Zand in Brugge te snellen.

Olympisch kampioen tijdrijden Primoz Roglic is er niet bij, net zo min als de zilveren medaille en wereldkampioen van 2017 Tom Dumoulin die bij een aanrijding z'n pols brak vorige week. Toch staan er nog genoeg andere favorieten aan de start die mogen dromen van goud.

Topfavoriet lijkt Filippo Ganna die met zijn 1m93 en zijn gewicht van zo'n 80 kg in het voordeel lijkt op dit parcours. De Italiaan moest op de Spelen vrede nemen met een vijfde plaats en vorige week in Trento op het EK met zilver, maar in Vlaanderen vindt hij een omloop op maat waar hij lange tijd grote wattages kan trappen op de rechte stukken. "Mijn titel verlengen is een groot doel", sprak hij vorige week, "al besef ik het dat het niet makkelijk zal worden."

In eigen land mogen we hopen op topprestaties van Wout van Aert en Remco Evenepoel. Beide heren veroverden al eens zilver op een WK, Evenepoel in 2019 in Yorkshire, Van Aert vorig jaar in Imola. "Ik hoop dat we met twee op het podium staan", sprak Remco Evenepoel na z'n zilveren medaille tijdens de wegrit in Trento, "dat zei ik vorige keer ook op de Olympische Spelen, maar nu zijn de twijfels weg. Ik geloof in mezelf, ik geloof ook in Wout. We mogen dromen van medailles."

Die droom is terecht, maar makkelijk wordt het niet voor onze landgenoten. Naast Ganna moet immers ook rekening gehouden worden met Stefan Küng, goed voor brons vorig jaar en twee Europese titels. De Zwitser zal met minder dan goud geen vrede nemen.

En dan heb je ook nog Rohan Dennis. Hij toonde zich superieur in 2018 in Innsbruck toen hij met 1:29 voorsprong won op Tom Dumoulin en Victor Campenaerts die in dezelfde tijd als de Nederlander strandde. Ook in Yorkshire 2019 won hij met ruime voorsprong, 1:09, op Remco Evenepoel en 1:55 op Ganna die toen brons pakte. Vorig jaar moest hij vrede nemen met een vijfde plek op het WK.

De Australiër is een beetje een enigma, maar weet als geen ander hoe hij zich moet klaarstomen voor een WK. In de Ronde van Groot-Brittannië won hij vorige week de ploegentijdrit, over 18,2 km, met z'n team en was hij de grote motor. Staat z'n kopje goed, dan is hij altijd kandidaat voor het goud.

Tot slot zijn er nog een rist outsiders voor een podiumplek, goud lijkt immers te hoog gegrepen voor Kasper Asgreen, Brandon McNulty, Rémi Cavagna, Stefan Bissegger of Edoardo Affini. En Tadej Pogacar mag dan wel de tijdrit gewonnen hebben in de Tour de France op dag vijf, de kans dat hij hier op hoogste schavot staat, lijkt klein nadat hij z'n tweede Tourzege precies toch iets meer gevierd heeft dan die van vorig jaar en hij vorige week onderweg nog voorbijgesneld werd door Ganna tijdens de tijdrit van het EK.