Zaterdag ontvangt l’OM op de vierde speeldag van het Frans kampioenschap AS Saint-Étienne. Het belooft een geladen clash te worden tussen twee clubs met een vurig karakter, die sinds mensenheugenis een intense rivaliteit onderhouden. Proximus Pickx ontleed de gespannen relatie tussen beide kampen, op en naast het veld.
In het grootboek der klassiekers van het Franse voetbal staan niet enkel PSG-OM en Lyon-ASSE vermeld. Het duel tussen Marseille en Saint-Étienne staat eveneens garant voor spektakel. En dat hoeft niet te verbazen, gezien het vurige temperament dat de twee clubs typeert. Zaterdag is het Stade Vélodrome het strijdtoneel van een nieuwe clash der rivalen. Een uitgelezen kans om zich te verdiepen in de bijzondere relatie tussen beide clubs, die supporters van weerskanten ertoe drijft om elkaar naar het leven te staan.
 
Oude wortels
 
De kiem van deze rivaliteit werd gelegd in de jaren 70. Toen behoorden de twee clubs tot de elite van het Franse voetbal. Ze verdeelden het gros van de landstitels onder elkaar: ASSE rijfde de ene na de andere binnen, op de voet gevolgd door l’OM.
 
Die sportieve concurrentie werd gretig opgepookt door de media. De voorzitters van beide clubs scheppen er een duivels genoegen in om steekjes uit te delen aan elkaar via de media. In 1969 declameerde Marseille-topman Marcel Leclerc te pas en te onpas dat zijn club weldra zou rivaliseren met de Groenen. Zijn tegenhanger Roger Rocher kaatste de bal terug met een boutade die een cultstatus zou genieten: “Cela fait trois ans que vous me donnez rendez-vous et chaque fois, je vous vois dans mon rétroviseur”. Vrij vertaald: “Al drie jaar lang probeer je mij in te halen en elke keer verschijn je in mijn achteruitkijkspiegel”. De toon is gezet…
 
In 1971 zou l’OM finaal slagen in zijn prestigemissie door de titel weg te kapen voor de neus van ASSE. Het startschot van een zeer woelige verhouding tussen beide clubs, wrijvingen die enkele jaren zouden aanhouden. De daaropvolgende decennia zou de rivaliteit tussen beide kampen wat bekoelen. De twee clubs behouden hun plaats in het Franse topvoetbal, maar verliezen aan status. Saint-Étienne boekt nog een zeldzaam succes in 1976 door zich in de finale van de Europese beker voor landskampioenen (voorloper van de Champions League) te hijsen tegen Bayern. Het antwoord van Marseille kwam 17 jaar later, door als eerste Franse club ooit de Champions League op zijn naam te zetten.
 
Vandaag heeft Marseille bovenhand
 
De animositeit blijft aan de oppervlakte borrelen en manifesteert zich af en toe nog uitdrukkelijk, met name tijdens de competitiematchen. Zo kende de kraker OM-ASSE doorheen de geschiedenis enkele memorabele edities. In 1999 scoorde de Braziliaan Alex een vierklapper tijdens een verpletterende thuisoverwinning van ‘Les Verts’ (5-1). Les Phocéens zouden in 2017 pas wraak nemen, met een 4-0 zege op het gras van het Stade Vélodrome. Ook memorabel: de clash in 2005, toen het hevig sneeuwde, of in 2007, toen l’OM op het allerlaatste nippertje de winst wegkaapte op het terrein van zijn aartsrivaal en zo de kwalificatie voor de Champions League afdwong.
 
Wat prijzen betreft leidt Marseille vandaag de dans. De club heeft 9 landstitels, 10 Coupes de France, 3 Coupes de Ligue en 1 Champions League-titel op zijn palmares staan. Saint-Étienne blijft steken op 10 landstitels, 6 Coupes de France en één Coupe de la Ligue.
 
Ook wat onderlinge confrontaties betreft heeft l’OM lichtjes de bovenhand: op 120 duels tussen beide clubs won het 52 keer, tegenover 45 zeges voor ASSE (en 22 puntendelingen). Dze zaterdag krijgen de Stéphanois dus de kans om die kloof te verkleinen. Geen sinecure, tegen een Marseille dat zich tijdens de zomermercato heeft versterkt met Gerson, Pau Lopez, Cenzig Under en Luan Peres (ex-Club Brugge). Maar, zoals de geschiedenis uitwijst: als Saint-Étienne en Marseille de degens kruisen, kan het alle kanten uit.