In meerdere opzichten kunnen we deze editie van de Olympische Spelen uitzonderlijk noemen. Een van de belangrijkste nieuwtjes die we uit Tokio 2020 onthouden, is dat we nog nooit eerder zo dicht bij gelijkheid tussen mannen en vrouwen kwamen. Er is natuurlijk nog vooruitgang te boeken, maar als liefhebber van sport én gendergelijkheid moeten we blij zijn met de reeds gezette stappen.
 
Voor het eerst in de geschiedenis van de Olympische Spelen stonden bijna evenveel vrouwen als mannen aan de start van deze Olympiade. Dit jaar bestaan 49 procent van de atleten uit vrouwen, in Londen was dat nog 44,2 procent en in Rio was dat 45,6 procent. We zien daarin een constante vooruitgang en met nog één procent te gaan, zijn we bijna in een ideaal scenario. 
 
Het was het Internationaal Olympisch Comité dat die wens om absolute gendergelijkheid na te streven officieel uitsprak. In 2014 stelde de organisatie de doelstelling voorop om zo snel mogelijk de perfecte pariteit te bereiken. Hoewel we er dit jaar met slechts 1 procent van af zitten, moet dat in Parijs 2024 zeker 50 procent bedragen. 
 
Verlengstuk van Londen

De afgelopen jaren werden grote inspanningen geleverd om de gendergelijkheid te bevorderen. De Spelen van Londen in 2012 waren daarbij een keerpunt. Toen had elk van de 204 delegaties voor het eerst in 125 jaar minstens één vrouw in haar selectie. Tot dan weigerden verschillende landen om vrouwelijke atleten naar de Spelen te sturen. Maar het IOC heeft die landen aangespoord om die regels in verband met vrouwen te versoepelen waardoor ze toch konden deelnemen aan de Spelen. De Olympiade in Londen was dan ook de eerste waarbij in alle sporten vrouwen konden deelnemen.
 
Ook in Tokio werd ingezet op innovatie wat betreft gendergelijkheid. Het IOC voegde verschillende disciplines toe aan de programmatie waarbij sportvrouwen een prominente plaats kregen. De vijf sporten die aan de agenda werden toegevoegd, hebben elk eveneens een vrouwencompetitie. Enkele daarvan zijn honkbal, softbal, karate en surfen. Anderzijds maakte de organisatie ook ruimte voor meer gemengde sporten. Zo is er bijvoorbeeld de ploegencompetitie in het judo, de gemengde estafette in de atletiek, gemengd dubbelspel bij het tafeltennis… In totaal zijn er nu 18 gemengde evenementen, het dubbele dan op de Spelen in Rio. 
 
Tot slot werd ook wat symboliek betreft een sterke effort gedaan. De organisatoren hebben bijvoorbeeld elk land verplicht om een man én een vrouw als vaandeldrager bij de openingsceremonie aan te wijzen. Anderzijds, niet elk land volgde die opgelegde regels…
 
Nog een weg af te leggen

Uiteraard zijn al deze inspanningen nog lang niet voldoende. We kunnen niet genoeg benadrukken dat er nog steeds een grote kloof tussen mannen en vrouwen in de sport is. Of het nu gaat om verloning, media-aandacht of beschikbare middelen, ook dit jaar zijn er nog ferme verschillen te merken. In Tokio zijn er nog steeds een aantal sporten die exclusief zijn toegeschreven aan het mannelijke geslacht. Dat is bijvoorbeeld het geval in de tienkamp en op de 50 kilometer lopen. Omgekeerd zijn synchroonzwemmen en ritmische gymnastiek enkel voor vrouwen. Het mes snijdt dus aan twee kanten. De verbeteringen zijn zichtbaar, denk er maar aan dat er in 1996 op de Spelen van Atlanta slechts 34 procent vrouwen deelnamen. De Spelen zijn dus op goede weg en de resultaten zijn positief. Maar grote ambitie om in Parijs 2024 nog beter te doen, is zeker en vast nodig.
 
Volg de Olympische Zomerspelen van 22 juli tot 8 augustus op Sporza, of via Pickx.be of de Proximus Pickx-app. Via TV Replay kun je het programma tot 36 uur later herbekijken wanneer je maar wilt, of 7 dagen na uitzending ook op de site of de app!