De Nederlandse voetbalsters hebben hun zo gewenste bewegingsvrijheid gekregen op de Olympische Spelen. Bondscoach Sarina Wiegman en haar speelsters mogen hun hotel in Sendai uit om in een afgesloten deel van de tuin te zitten en een rondje te lopen in het naastgelegen park, mits daar op dat moment geen andere gasten zijn. De voetbalsters hoeven het hotel ook niet meer in via de achteraf gelegen goedereningang en de goederenlift, maar 'gewoon' via de hoofdingang.
Wiegman had na de gewonnen openingswedstrijd tegen Zambia (10-3) geklaagd over de omstandigheden waarin ze met haar ploeg moest verblijven. De bondscoach omschreef het hotel als een soort gevangenis. "Dat je niet af en toe naar buiten kan om een frisse neus te halen, is moeilijk", zei spits Vivianne Miedema. "Helemaal als je alleen op een kamer zit die vrij krap is en waar de wifi ook hapert."

De staf heeft bij het hotel en bij de organisatie van de Spelen de zorgen en frustraties geuit. "Daar vonden we niet alleen begrip, maar ook gehoor voor de omstandigheden. Het is dan ook gelukt om het leven in de bubbel wat te normaliseren en enkele 'versoepelingen' doorgevoerd te krijgen", aldus een woordvoerster van de KNVB. "Daar zijn we uiteraard heel blij mee, want dit is in het kader van mentale gezondheid van sporters heel belangrijk. Tokio is immers nog ver."

De teamleiding benadrukt dat de basisregels gewoon van kracht blijven. Dat betekent onder meer het dragen van mondkapjes, afstand houden en handen wassen. De deelnemers aan de Spelen mogen geen openbare gelegenheden bezoeken.