Dit waren de mooiste momenten van Euro 2020

Na een jaar verplicht thuiszitten kon de Europese voetballiefhebber eindelijk weer naar de kroeg, op zoek naar een verfrissende pint, licht beschonken maten en een projectiescherm met afgewassen beeldkwaliteit. Alles werd in het werk gesteld om de topwedstrijden van Euro2020 niet te missen. Gelukkig vat Proximus Pickx deze wedstrijden nog eens voor jou samen, mocht het geheugen je in de steek hebben gelaten.

 

België - Portugal

Met het maximum aan de punten, en heel wat vraagtekens, werd België groepswinnaar in groep B. Hierdoor kwamen de Rode Duivels tijdens de achtste finales uit tegen Europees kampioen Portugal met ene Cristiano Ronaldo in haar rangen. Dat Portugal werd al van bij de start van het toernooi getipt als favoriet en België zou volgens de Portugese media makkelijk over de knie gelegd worden.

Helaas voor Portugal, en haar media, was dat niet het geval. België liet het initiatief aan de Portugezen en rekende op de counter en bijbehorende klasseflitsen om het verschil te maken. Bondscoach Roberto Martinez maakte na de uitschakeling tegen Frankrijk op het vorige WK immers komaf met het sprankelende spel van de Duivels. “We have to be killers”, stelde hij toen. De killer van dienst tegen Portugal was Thorgan Hazard. Hij opende de score met een prachtige pegel in de 42e minuut (1-0) waarna de Rode Duivels prompt de bus parkeerde. 

De Belgen gingen tijdens de tweede helft op hetzelfde verdedigende elan verder en dat inspireerde de Portugezen om de botte bijl boven te halen. Aan Belgische zijde deelde vooral Kevin De Bruyne in de klappen. Hij moest afgevoerd worden met scheur in de ligamenten. Ook Eden Hazard moest de strijd staken met een blessure aan de hamstring. Ondanks de veldslag trokken de Belgen de 1-0-overwinning over de streep waardoor ze het mochten opnemen tegen het Italië van Roberto Mancini in de kwartfinales.

 

Zwitserland - Frankrijk

Ooit al gehoord van David tegen Goliath? Wel, in deze wedstrijd nam voetbaldwerg Zwitserland het op tegen wereldkampioen Frankrijk in wellicht de gekste wedstrijd van het toernooi. Het begon allemaal met de Zwitserse spits Haris Seferovic die na een kwartier de 1-0 maakte en Frankrijk op achtervolgen aanwees. Dat achtervolgen werd comfortabel leiden toen Karim Benzema de gelijkmaker kon maken in minuut 57, amper twee minuten later opnieuw scoorde (2-1) en Paul Pogba de 3-1 binnenpoeierde met een geweldig schot in 75e minuut. 'Klus geklaard', zou je denken. Maar dan ken je Zwitsers nog niet: het land van de geitenkaas en het immer nuttige zakmes lanceerde een slotoffensief waarin Seferovic en Gavranovic elk nog konden scoren (3-3).

Na de scoreloze verlengingen was het tijd voor penalty's. Opnieuw dacht menig toeschouwer dat Frankrijk dat Zwitserse varkentje wel ging wassen. Het tegendeel bleek waar. Alle strafschoppen, zowel de Zwitserse als de Franse, verdwenen in het vijandelijke doel totdat het de beurt was aan het Parijse wonderkind Kylian Mbappé. Hij trapte zwakjes richting doelman Sommer waarna er zich inderdaad een wonder voltrok: de penalty werd gepakt, de Franse reus lag uit het toernooi en dat ten koste van de Zwitserse dwerg.

 

Italië - Spanje

Zowel Spanje als Italië hebben een traditie in ere te houden: het winnen van Europese voetbalkampioenschappen. Spanje wou dat dit jaar proberen met een verjongd en technisch getalenteerd elftal terwijl Italië rekende op de hersenkronkels van bondscoach Roberto Mancini om de neuzen van de Italiaanse talenten in één en dezelfde richting te krijgen.

Het was uiteindelijk Mancini die aan het langste eind trok. Zijn ploeg speelde het snelle spel van de Spanjaarden perfect mee en kon rekenen op Federico Chiesa om de score te openen (‘60). De door sommige Spanjaarde verguisde spits Alvaro Morata zette de bordjes gelijk vlak voor het eindsignaal (‘80). Dat betekende dat er verlengingen nodig waren om het kaf van het koren te scheiden. Die baarden een muis en dus werd er beroep gedaan op strafschoppen om het zaakje te beslechten. De hoofdrol van die strafschoppenreeks werd weggelegd voor diezelfde Alvaro Morata. Hij mistte een cruciale penalty waardoor Italië zich mocht opmaken voor de finale tegen Engeland. We zijn benieuwd of Morata Spanje ondertussen weer binnen mag komen.

 

Engeland - Duitsland

Engeland, en met name bondscoach Gareth Soutgate, keek er al een tijd naar uit om aartsvijand Duitsland een pak voor de broek te geven. Southgate was immers in hoogst eigen persoon verantwoordelijk voor de uitschakeling van The Three Lions tijdens het Europees kampioenschap in 1996. Hij mistte toen, tijdens de halve finales van dat EK, een cruciale penalty tegen Duitsland. Dat gebeurde nota bene op Wembley, Engelands grootste voetbalheiligdom.

Southgate bood 25 jaar geleden uitgebreid zijn excuses aan maar de man kon zijn naam pas echt zuiveren als er gewonnen werd van Duitsland tijdens de zestiende finales van dit EK. Dat gebeurde gelukkig: Harry Kane verrees voor zijn coach uit de doden en Raheem Sterling was...nu ja… opnieuw Raheem Sterling. Dankzij zijn twee spitsen kan Southgate opnieuw de Engelse straten op en de kroegen in.

 

Denemarken - Finland

Ook deze wedstrijd zal de geschiedenisboeken ingaan, maar niet om voetbaltechnische redenen. Denemarken speelde haar eerste wedstrijd van het EK wanneer Christian Eriksen plots neerzeeg op het veld. De man moest ter plekke gereanimeerd worden en onmiddellijk naar het ziekenhuis worden afgevoerd voor nader onderzoek. Omdat zijn leven een tijd lang aan een zijden draadje hing, besloot de UEFA om de match stop te zetten. Pas nadat Eriksen had aangegeven dat hij oké was, werd de wedstrijd afgewerkt die Denemarken uiteindelijk verloor. In tegenstelling tot wat je zou denken, kwamen de Denen deze twee uppercuts wel te boven. De ploeg van bondscoach Kasper Hjulmand bracht fris en aanvallend voetbal tijdens dit EK. Hierdoor bereikten ze zelfs de halve finale tegen Engeland die ze uiteindelijk verloren.

 

Tsjechië - Schotland

Tsjechië - Schotland leek bij aanvang geen affiche om duimen en vingers vanaf te likken, maar dat bleek een inschattingsfout te zijn. Toegegeven, we keken meer dan een keer naar ons uurwerk tijdens die saaie eerste helft waarin de Tsjech Patrik Schick de 1-0 maakte (‘42) en voor de rest niets gebeurde.

Het beeld van de wedstrijd werd na de koffie wel een pak vrolijker. Die ging immers van start met een prachtige lobbal van diezelfde Schick vanaf de middellijn die in het Schotse doel verdween (‘52). Ondanks hun torenhoge vechtlust maakten de Schotten op geen enkel moment van de wedstrijd nog aanspraak op de gelijkmaker, of zelfs de overwinning. Ze maakten er wel nog een aangename partij van.

 

Kroatië - Spanje

Dat zowel Spanje als Kroatië over heel wat aanvallend geweld beschikt, hoeft geen betoog. Analisten vroegen zich voor de start van de wedstrijd dan ook niet af of er gescoord zou worden, dan wel hoeveel doelpunten er zouden vallen. Het juiste antwoord bleek acht te zijn. Spanje scoorde vijf doelpunten en Kroatië drie. Het doelpuntenfestijn begon bij de Spaanse Pedri die een terugspeelbal in zijn eigen doel zag verdwijnen (‘38), maar dan met Azpilicueta (‘38) en Ferran Torres (‘77) de boel alsnog kon rechtzetten. Net voor het laatste fluitsignaal schoten de Kroaten wakker: Mislav Oršic scoorde in 85e minuut en in 92e minuut bracht Mario Pasalic de Kroaten op gelijke hoogte. Verlengingen dan maar, hierin scoorden Alvaro Morata (‘100) en Mikel Oyarzabal (‘103) de twee verlossende Spaanse treffers waardoor de partij eindigde op 3-5 en Spanje door kon stoten naar de kwartfinales.

 

Euro 2020

Bekijk alles
Top