Euro 2020 is over en uit voor de Rode Duivels, maar er dient zich over twee maanden al een volgende missie aan: een drieluik van WK-kwalificatiematchen, getopt met de halve finale op de Nations League tegen Frankrijk. En volgend jaar is er natuurlijk ook al het WK in Qatar. Hoog tijd dus voor een grondige doorlichting van onze nationale elf, te beginnen bij de achterhoede.
De Rode Duivel die het voorbije EK het meest kon bekoren achterin was ongetwijfeld Thomas Vermaelen. Hoewel hij de voorbije jaren zijn geluk beproefde in het verre Japan, bleven zijn defensieve kwaliteiten ondanks het niveauverschil kennelijk intact. Vermaelen maakte zich met zijn sterke prestaties op het EK incontournable: die rots in de branding moet behouden blijven.

Wat de analisten wel zorgen baart: de opklimmende leeftijd van de sterkhouders in onze achterhoede. Vermaelen is er 35, Jan Vertonghen 33 en Toby Alderweireld 32. Akkoord, een jaartje meer zal van onze beste verdedigers geen roestige oude knarren maken, maar de opvolging zou zich stilaan moeten aandienen – anders dreigt een probleem. Ook de jongelingen moeten immers worden klaargestoomd om de voetstappen van onze sterkste verdedigers te kunnen opvullen. Die jeugdige plaatsvervangers verdienen een kans om zich te bewijzen, en zo een basisplaats af te dwingen.
 
Boyata wint het pleit van Denayer
 
Martinez beseft dat als geen ander en gaf Denayer en Boyata het voorbije EK hun kans. Zij brachten het er niet slecht vanaf, al oogt het rapport van de ene beter dan dat van de ander. Boyata heeft tot dusver nooit ontgoocheld. Hij is secuur en betrouwbaar, zonder meer. Niet de man van de lange crosses, de flukse relances, het technisch vernuft of het mooie uitvoetballen, maar wel een zekerheid achterin die zich nooit op een fout laat betrappen. Tegen Rusland op het EK stond hij onverwacht in de basis na een lichte blessure, maar hij was de sterkte verdediger op het veld. Hij had de Russische topschutter Dzyuba in zijn achterzak en haalde meer dan eens de angel uit gevaarlijke aanvallen. Het Nieuwsblad noemde Boyata “onze scherpste verdediger op dit EK”.
 
Ook Jason Denayer heeft – op zijn match tegen Denemarken na – een goed EK gespeeld. Maar in tegenstelling tot zijn maatje Boyata in de defensie, gaat bij hem wél soms het licht uit. Dat illustreerde hij met zijn dramatische pass die de 1-0 inleidde tegen Denemarken. Daarna herpakte hij zich ietwat, maar gaf toch te vaak te veel ruimte weg. Boyata is dan toch de meer betrouwbare pion van de twee.
 
Hoe het ook zij: met Boyata en Denayer lijkt de opvolging in het hart van de defensie verzekerd, want beide spelers konden met hun prestaties tot dusver pers, publiek en bondscoach overtuigen. Er is momenteel ook simpelweg niet meteen een alternatief. Of wel?
 
De alternatieven
 
Sebastiaan Bornauw debuteerde vorig jaar voor de Rode Duivels, maar maakte geen goede beurt met zijn strafschopfout tegen Ivoorkust. De centrale verdediger van FC Köln kon evenmin overtuigen tegen Zwitserland, en lijkt dus niet te moeten hopen om dra weer opgevist te worden door Martinez.
 
En dan is er nog Zinho Vanheusden, die vorig jaar eveneens zijn debuut maakte voor de Belgische hoofdmacht. Hij verdiende zijn strepen als patron achterin bij Standard, tot hij met een zware blessure een half jaar buiten strijd was. Volgens Johan Boskamp is Vanheusden met zijn leiderscapaciteiten de enige echte opvolger van Kompany bij de Rode Duivels. “Maar zolang Toby en Jantje daar achteraan staan, komt hij er niet in", aldus Boskamp in Het Laatste Nieuws.
 
Voorts zijn er achterin nog mindere alternatieven die bij niemand echt de voorkeur genieten: Leander Dendoncker en Brandon Mechele. Die eerste komt beter tot zijn recht op het middenveld, en van laatstgenoemde zijn analisten het erover eens dat hij lichter weegt dan pakweg een Boyata of Denayer. Op de rechtsachter is Alexis Saelemaekers dan weer een valabele optie. Ook de AC Milan-speler debuteerde vorig jaar voor de Rode Duivels tegen Ivoorkust, waarin hij een goede indruk maakte. Maar een basisplaats in de komende toernooien komt nog te vroeg voor de 22-jarige: hij heeft nog te weinig kunnen tonen om aanspraak te maken op een vaste stek.

Van voorgenoemde namen lijken Saelemaekers en Vanheusden de grote beloften voor de toekomst van de Belgische defensie. Zij lijken met hun onversneden talent het meest geschikt als opvolgers, al zal Martinez voor de komende Nations League en het WK hoogstwaarschijnlijke vasthouden aan zijn ‘oude’ garde achterin.
 
Jan Vertonghen: het volgende zorgenkind?
 
Van die vertrouwde namen dreigt Jan Vertonghen het volgende zorgenkindje te worden. De verdediger van Benfica haalt nog steeds een hoog niveau, maar wisselt goede prestaties steeds vaker af met momenten van onzekerheid en onzorgvuldig spel. Bij de 0-1 van de Italianen op het voorbije EK wou hij te mooi uitverdedigen in de eigen zestien. Zijn slechte pass leidde de tegengoal in. “Ik had de bal moeten wegschieten”, bekende Vertonghen na afloop voor de camera van Sporza. Toch lijkt ook hij ten minste voor de twee eerstvolgende toernooien verzekerd van een basisplaats. Na het WK in Qatar volgt wellicht de grote wissel van de wacht achterin.