De zelfmoordterrorist Salman Abedi, die een aanslag pleegde tijdens een concert van de Amerikaanse zangeres Ariana Grande in de Manchester Arena, had die avond door de beveiliging geïdentificeerd moeten worden als een bedreiging. Dat heeft het openbaar onderzoek naar de aanslag van mei 2017 uitgewezen.
Onderzoeksvoorzitter Sir John Saunders stelde tijdens zijn onderzoek naar de veiligheidsmaatregelen vast dat er aantal gemiste kansen waren om de verwoestende impact van de aanslag te voorkomen of te minimaliseren. De aanslag in Manchester, in het westen van het Verenigd Koninkrijk, heeft aan 22 mensen het leven gekost. Honderden anderen geraakten gewond. Het jongste slachtoffer was slechts acht jaar oud. 

Sir John zei het waarschijnlijk te achten dat Salman Abedi zijn apparaat nog steeds tot ontploffing zou hebben gebracht als hij ermee werd geconfronteerd, maar dat "het verlies aan levens en gewonden hoogstwaarschijnlijk minder groot zou geweest zijn."

De in Manchester geboren Abedi, die van Libische afkomst was, liep naar de hoofdingang van de Manchester Arena en liet zijn bom met granaatscherven op 22 mei om 22.31 uur afgaan, net toen duizenden concertgangers, onder wie veel kinderen, het gebouw verlieten. 

Normaal gezien zou een bewakingsagent aanwezig zijn bij de hoofdingang, maar dat was die avond niet het geval. Een van de concertgangers had vijftien minuten voor de explosie het verdachte gedrag van Abedi ook aan agenten gemeld, zonder resultaat. 

De broer van Salman Abedi, Hashem, werd vorig jaar veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor zijn sleutelrol bij de aanslag.