Een opvallend beeld na afloop van Denemarken-België, donderdagavond in het Parkenstadion: Romelu Lukaku die na het laatste fluitsignaal en de 1-2 zege van de Rode Duivels in de armen valt van de Deense bondscoach Kasper Hjulmand.
Voordien had Lukaku in de tiende minuut al een kruisteken gemaakt bij de minuut applaus voor Christian Eriksen, zijn vriend en ploegmaat bij Inter. "Ik heb hem vanmiddag nog gesproken en dat was best een grappig gesprek, want we hadden het over het antiplan dat ze gemaakt hadden om mij af te stoppen. Ik ben God dankbaar dat Christian nog leeft, dat ze nu weten wat er is foutgelopen en nu kijk ik uit naar zijn herstel", vertelde Lukaku.
Twee wedstrijden zijn we ver op dit EK en twee keer werd Romelu Lukaku door de UEFA uitgeroepen tot Man van de Match. De spits van Inter bleef de hele wedstrijd knokken en had in het begin van de tweede helft met een splijtende actie op rechts en een pre-assist een belangrijk aandeel in de gelijkmaker van Thorgan Hazard, die er kwam op aangeven van de net ingevallen Kevin De Bruyne. Even later zorgde KDB op assist van de eveneens ingevallen Eden Hazard voor de 1-2. Lukaku kwam in Kopenhagen niet tot scoren, waardoor zijn teller op twee treffers blijft staan. Daarmee is hij nog steeds medetopschutter.
Het waren de invallers die het verschil maakten. Gezien de omstandigheden moest Roberto Martinez sneller dan verwacht Kevin De Bruyne, Axel Witsel en Eden Hazard tussen de lijnen brengen om zo voor het eerst met zijn type-elftal te spelen. Nu de kwalificatie reeds een feit is en er maandag slechts een punt nodig is tegen Finland om groepswinnaar te worden, is het de vraag of er dan met het sterkste elftal gespeeld moet worden, of dat het beter is om enkele spelers te laten rusten. "Ik denk dat het nu het beste moment is om te zien wie de beste elf spelers zijn, het zou handig zijn voor de trainer om zo te kunnen zien waar we staan als ploeg. We hebben dat momentum te pakken en dat mogen we niet loslaten. Rekenen hoort daar dus niet bij, dat hebben we de vorige toernooien ook niet gedaan. Zelf wil ik het liefst altijd spelen, dat zal ik op training ook laten zien."
De eerste helft van de Belgen was ronduit afschuwelijk. "We wisten nochtans dat we intens moesten spelen, maar Denemarken leek veel meer zin te hebben. Ze waren toen gewoon sterker dan wij. Na de rust maken we met onze kwaliteit het verschil. De coach was bij de rust in de kleedkamer dan ook niet gelukkig. Hij was echt teleurgesteld dat we ondanks onze ervaring op zo'n manier waren begonnen aan het duel."