De Verenigde Staten hebben zondag de eerste editie van de Concacaf Nations League gewonnen. Ethan Horvath, reservedoelman bij Club Brugge, was de uitblinker bij de Amerikanen in de finale tegen Mexico. Het werd na verlengingen 3-2 in de finale in Denver (Colorado).
De Mexicanen kwamen al in de tweede minuut op voorsprong via Jesus Manuel Corona. Giovanni Reyna (27.) lukte vervolgens de gelijkmaker. In het slot van de match wiste Weston McKennie (82.) nog het doelpunt van Diego Lainez (79.) uit. 

De wedstrijd werd vlak voor het einde van de reguliere speeltijd twee minuten stilgelegd vanwege homofobe gezangen aan het adres van Horvath, die in de 69e minuut in de plaats was gekomen van de geblesseerde Zack Steffen en zich zou ontpoppen tot held van de avond. 

Christian Pulisic maakte in de 114e minuut de winnende treffer vanaf de strafschopstip, hij klopte Guillermo Ochoa (ex-Standard). De toekenning van de penalty was niet naar de zin van de Mexicaanse bondscoach Gerardo "Tata" Martino, die vervolgens een rode kaart kreeg. Na hands van Genk-verdediger Mark McKenzie kreeg Mexico in de blessuretijd nog een uitgelezen kans om de stand weer in evenwicht te brengen, maar Horvath stopte de elfmeter van Andrés Guardado.

Matt Miazga, die afgelopen seizoen door Chelsea werd uitgeleend aan Anderlecht, bleef op de bank bij de VS.

In navolging van de UEFA organiseerde ook de Concacaf (Noord- en Midden-Amerika de Caraïben) voor het eerst een Nations League.