Achttien jaar na de laatste beklimming van de kant die zaterdag wordt genomen, keert de Giro d'Italia terug naar een van de meest legendarische Italiaanse cols: de verschrikkelijke Monte Zoncolan, bijgenaamd de 'Roze Draak'. Op deze col zijn enkele van de meest mythische pagina's uit de geschiedenis van de Giro geschreven en wat hem nog op een andere manier bijzonder maakt: het was een voetbaltrainer die hem ontdekte.
Een anomalie van de natuur, een vijandig stuk rots te midden van de regio Friuli, een van de meest afgelegen regio's van Italië. Een berg die lange tijd ingeslapen bleef, decennialang vergeten door toeristen en organisatoren van wielerwedstrijden. Want het was een pad dat eeuwenlang alleen maar werd gebruikt door muilezels en smokkelaars.
Ontdekt door een voetbaltrainer

Welkom op de Monte Zoncolan, 1750 meter hoog, een van de monsters van deze Giro, een beklimming die gevreesd wordt door het grootste deel van het peloton, maar wel eentje waar de gevleugelde klimmers uit deze rittenwedstrijd naar uitkijken: zij kunnen gebruikmaken van de steile stroken om voor grote tijdsverschillen te zorgen tijdens de 14e etappe van zaterdag.

De Zoncolan werd 'ontdekt' door Francesco Guidolin, de trainer van de voetbalclub Udinese en een verwoed wielertoerist die van klimmen hield. Hij kwam de col op het spoor tijdens een trainingsstage met zijn ploeg in de regio in 1998. Deze uitzonderlijke beklimming werd aan de toenmalige baas van de Giro, Carmine Castellano, voorgesteld door de wielercommentatoren Auro Bulbarelli en Davide Cassani en journalist Angelo Zomegnan. In die tijd wou de baas van de Ronde van Italië absoluut een nieuwe col opnemen die kon wedijveren met de steile Angliru, de mythische col die in 2000 in de Vuelta werd opgenomen en die sindsdien wordt beschouwd als de moeilijkste col uit het profwielrennen.

De moeilijkste kant

De moeilijkste kant van de Monte Zoncolan, via Priola, werd toen ondoenbaar geacht om er een wielerwedstrijd over te laten rijden. In 2003 bracht Carmine Castellano de Giro naar deze berg, met een beklimming via Sutrio (13,2 kilometer tegen gemiddeld 8,9%).

Om naar de top van de Zoncolan te rijden, zijn drie routes mogelijk:

- Vanuit Ovaro, langs het westen: deze weg werd lange tijd beschouwd als een van de moeilijkste beklimmingen in het wielrennen. Alleen de Alto de Angliru in Spanje en de Kitzbüheler Horn in Oostenrijk doorstaan er de vergelijking mee. Deze beklimming heeft een niveauverschil van 1.210 meter, een totale lengte van 10,5 km, een gemiddelde stijgingspercentage van 11,5% en stukken tot 22%. In de weg naar de top gaan de renners door drie tunnels in de laatste 2 kilometer die met speciale verlichting is voorzien.

- Vanuit Priola, langs het oosten: met een niveauverschil van 1.140 meter en een gemiddeld stijgingspercentage van 12,8% en passages tot 23% en een lengte van 8,9 kilometer, is dit nog een lastigere beklimming dan die vanuit het westen. Dit is meer het terrein van de mountainbikers en werd nog nooit opgenomen in de Giro of een andere profwedstrijd: daarvoor is de weg te smal en is de wegbekleding niet goed genoeg.

- Vanuit Sutrio, langs het oosten: op deze kant van de berg werd een nieuwe weg gemaakt, als vervanging van die vanuit Priola. Vier kilometer voor de top komen beide wegen samen. Dit is de zijde die de renners zaterdag in de Giro zullen opklimmen: 13 kilometer lang, met een gemiddeld stijgingspercentage van 8,9%, voor een totaal niveauverschil van 1.190 meter. In het begin van de beklimming wisselen vlakke en steilere stukken elkaar af. De laatste 3,5 kilometer voor de top is echter loodzwaar, met een gemiddeld stijgingspercentage van 13% en stukken waar het tot maar liefst 23% steil is.
De Zoncolan via Sutrio, 18 jaar later

In 2003, bij de eerste beklimming van de col, vanuit Sutrio, liet Marco Pantani, op dat moment al op zijn retour, een van zijn laatste grote wapenfeiten zien. Op de top is het echter Gilberto Simoni, de latere winnaar van deze Giro, de sterkste en houdt hij het roze.

Daarna zou de Giro nog 5 keer terugkeren naar de Zoncolan, maar altijd via Ovaro. In 2007 komt Gigi Simoni voor de tweede keer als eerste boven op de col, maar Danilo Di Luca behoudt de roze leiderstrui en houdt die ook tot in Milaan.

In 2010 is Ivan Basso sterker dan Cadel Evans. Hij neemt de roze leiderstrui over. Die dag zijn meer dan 100.000 toeschouwers samengepakt op de hellingen van de Zoncolan.

Het jaar erop is de Spanjaard Igor Anton sneller dan zijn landgenoot Alberto Contador.
In de Giro van 2014, in de voorlaatste rit, pakt de Australiër Michael Rogers een prestigezege, voor Franco Pellizotti, in een Giro die uiteindelijk wordt gewonnen door Nairo Quintana die Rigoberto Urán, tweede in de stand, bijhoudt op de steile Zoncolan.

Bij de laatste passage, in 2018, is het Christopher Froome die het eerste bovenkomt voor de rozetruidrager Simon Yates.

Zaterdag beklimt de Giro de Zoncolan via Sutrio, voor het eerst sinds 18 jaar. Wie als eerste bovenkomt, zal pas de zesde renner zijn die de Roze Draak als de beste kan bedwingen...

(DC/Picture : Photo News)