Deze Champions League-finales waren onderonsjes tussen clubs uit hetzelfde land

Op 29 mei kruisen Chelsea en Manchester City de degens met als inzet de beker met de grote oren. Het is niet de eerste keer dat de finale in de Champions League een nationale onderonsje wordt tussen clubs uit hetzelfde kampioenschap. Een overzicht.

Manchester United - Chelsea (2008)

De Engelse dominantie in het voetbal bereikte in 2008 een hoogtepunt. Drie clubs uit de Premier League stonden toen in de halve finales van de Champions League (Manchester United, Chelsea en Liverpool). De Red Devils en de Blues stootten door naar de finale.
 
Na 90 minuten was er nog geen winnaar. In de eerste helft wiste Frank Lampard het openingsdoelpunt van Cristiano Ronaldo uit met de gelijkmaker. Nadien neutraliseerden beide ploegen elkaar, ook in de verlengingen. De strafschoppenreeks moest een eindwinnaar opleveren.
 
Edwin van der Sar stopte de strafschop van Ronaldo. John Terry kon Chelsea naar de zevende hemel schieten vanop de stip, maar het lot besliste anders. De kapitein van Chelsea glijdt op het laatste moment uit en schiet op de paal. Van der Sar pakte vervolgens de elfmeter van Nicolas Anelka. Manchester United werd zo de eindwinnaar van de Champions League, negen jaar na zijn laatste eindoverwinning in het kampioenenbal.
 

AC Milan - Juventus (2003)

Tot dusver kende de Champions League slechts één volledig Italiaanse finale. In 2003 keken Juventus en AC Milan elkaar in de ogen op het hoogste Europese toneel. De Oude Dame had enkele weken eerder zijn 27e landstitel behaald. De Rossoneri zouden amper drie dagen na de finale de beker van Italië wegkapen.
 
AC Milan stond aan het begin van een gouden tijdperk, met spelers als Pirlo, Seedorf, Gattuso, Shevchenko en Inzaghi. Kapitein Paolo Maldini was de exponent van die hoogconjunctuur. Maar die gouden generatie zou niet volstaan om Juventus over de knie te leggen.
 
Na 90 minuten en verlengingen stond de brilscore nog steeds op het bord. In de strafschoppenreeks onderscheidden zowel Dida als Buffon zich. Uiteindelijk stopte de Milanees de meeste ballen (3) en schonk zijn team zo de trofee. Maldini werd verkozen tot man van de match en mocht een vierde Champions League-titel bijschrijven op zijn individueel palmares.
 

Real Madrid - Valencia (2000)

Deze finale was de eerste in de geschiedenis die door twee ploegen uit hetzelfde land uitgevochten werd, met name Spanje. Voor Real Madrid was het de elfde finale, voor Valencia was het een ontgroening.
 
In de ploeg van Real stonden mannen als Casillas, Helguera, Roberto Carlos en Raul. Bij Valencia maakten Mauricio Pellegrino en Gaizka Mendietta het mooie weer. Los Blancos wonnen vlotjes met 3-0. Het was de allereerste trofee voor trainer Vincente del Bosque. Leuk detail: ook Nicolas Anelka stond die avond op het veld, in het shirt van Real.
 

Liverpool - Tottenham (2019)

Nog zo’n Engelse finale, maar eentje die niet dezelfde smaak had als die in 2008. Beide teams voetbalden met de daver op het lijf, hetgeen een nerveus schouwspel opleverde. Een stijlbreuk met de vorige rondes in deze CL-campagne, die bol stonden van de verrassingen.
 
The Reds hadden FC Barcelona uitgeschakeld na een fantastische remontada (3-0; 0-4) en de Spurs deden hetzelfde met het zwierige Ajax (0-1; 3-2). Tottenham beleefde zijn vuurdoop in een finale van het kampioenenbal, terwijl Liverpool zijn demonen van de verloren finale tegen Real het jaar voordien van zich wou afschudden.
 
Mohamed Salah zette The Reds op voorsprong vanop de stip. De wedstrijd bleef gesloten en spektakelarm, tot het tweede doelpunt, gescoord door Divock Origi in de 87ste minuut. Liverpool, de vicekampioen van Engeland na een spannende tweestrijd met Manchester City, troostte zich met de zesde beker met de grote oren uit zijn clubgeschiedenis.
 

Real Madrid - Atletico Madrid (2014 en 2016)

Het is op zich al een zeldzaamheid om twee clubs uit hetzelfde land in de finale van de Champions League te zien staan, maar het is nog zeldzamer dat zoiets zich twee keer voordoet in drie jaar tijd. En nog opmerkelijker is dat het telkens om twee clubs uit dezelfde stad gaat.
 
Real en Atletico Madrid bekampten elkaar in 2014 en 2016 om de Champions League-titel. De twee Spaanse reuzen zorgden tot twee keer toe voor een dol matchscenario. De eerste keer opende Diego Godin de score voor de Colchoneros. Thibaut Courtois en de zijnen konden de zege al proeven, maar Sergio Ramos kopte op de valreep nog de gelijkmaker tegen de touwen. Atletico kwam die klap niet meer te boven en incasseerde nog drie doelpunten in de verlengingen.

Twee jaar later waren de rollen min of meer omgedraaid. De onvermijdelijke Ramos sloeg opnieuw toe, dit keer na vijftien minuten. De troepen van Diego Simeone wachtten tot de 79ste minuut op de gelijkmaker, dankzij Yannick Carrasco. De verlengingen boden geen uitsluitsel en in de strafschoppenserie trok Real aan het langste eind, nadat de elfmeter van Juanfran op de paal stierf.
 
De finale van 2014:

 
De finale van 2016:

 
Zaterdag 29 mei om 21u staat met Chelsea-Manchester City de finale van de Champions League op het programma tussen twee clubs uit hetzelfde land. Beleef de finale op Pickx+ Sports, beschikbaar in de tv-optie All Sports van Proximus Pickx.

UEFA Champions League

Bekijk alles
Top