Jenny McGee is een van de verpleegkundigen die de Britse premier Boris Johnson verzorgden in het St Thomas-ziekenhuis in Londen, toen hij in het voorjaar van 2020 leed aan COVID-19. Vandaag heeft ze ontslag genomen bij de National Health Service (NHS) wegens gebrek aan erkenning door de regering. "We krijgen niet het respect en het loon dat we verdienen", zegt McGee in vrijgegeven fragmenten van een documentaire. "Daarom heb ik mijn ontslag ingediend."
Verschillende Britse media citeerden uit fragmenten van een documentaire over de coronapandemie, die pas op 24 mei in haar geheel op de televisiezender Channel 4 te zien zal zijn. Volgens McGee hadden veel verpleegkundigen de indruk dat de regering tijdens de coronapandemie zeer ineffectief en besluiteloos gehandeld heeft. McGee verwijst ook naar de geplande loonsverhoging van 1%. De vakbonden en de oppositie zijn verontwaardigd dat het verpleegkundig personeel slechts 1% loonopslag krijgt, maar de Britse regering benadrukt dat verpleegkundigen, in tegenstelling tot andere werknemers in de publieke sector, wel een loonsverhoging zullen krijgen. Dat zou een bewijs zijn haar waardering zijn.

In een verklaring citeert haar werkgever, de NHS, McGee ietwat voorzichtiger. "Na het zwaarste jaar van mijn carrière als verpleegster neem ik een pauze bij de NHS, maar ik hoop dat ik in de toekomst kan terugkeren", klinkt het. McGee zal eerst in de Caraïben werken om vervolgens vakantie te nemen in haar vaderland Nieuw-Zeeland.

Over premier Johnson zegt ze in de fragmenten van de documentaire nog dat ze meteen dacht dat het heel slecht met hem ging, toen ze hem zag. "Hij had echt een andere kleur", aldus McGee. De Britse premier werd dagenlang op de afdeling intensieve zorg behandeld. Toen hij genezen was, bedankte hij McGee en de verpleger Luis Pitarma en zei hij dat hij aan hen zijn leven te danken had. In de zomer van 2020 nodigde hij hen uit voor een tuinfeest in zijn ambtswoning.