Het begrotingstraject van de federale regering is realistisch, maar zou ambitieuzer kunnen. Dat heeft raadsheer Pierre Rion van het Rekenhof verklaard in de Kamer, bij de bespreking van de begrotingscontrole. Zijn collega Rudi Moens wees erop dat het begrotingsdocument nog verschillende maatregelen bevat waarvan het effect nog kan verschillen van de raming, maar het belangrijkste wordt de herneming van de economie na de coronacrisis.
De begrotingscontrole die de regering doorvoerde, dateert nog van vorige maand. Het Rekenhof geeft zelf aan dat het om een atypische oefening gaat in het licht van de coronacrisis. Intussen werden verschillende maatregelen genomen in de strijd tegen de coronacrisis. Op de oppositiebanken vroeg Sander Loones (N-VA) zich af of het wetsontwerp dat nu op tafel ligt, wel een getrouw beeld geeft van de huidige budgettaire situatie. Hij haalde daarbij ook het gebruik van provisies aan. Wouter Vermeersch (Vlaams Belang) merkte dat de initiële begroting al hopeloos achterhaald was en dat de regering opnieuw in hetzelfde bedje ziek is.

Rion wilde geen positief of negatief rapport geven, maar gaf niettemin een appreciatie van het begrotingstraject. De regering blijft uitgaan van een jaarlijkse vaste inspanning van 0,2% van het bbp en vanaf 2022 van 0,2% bijkomend. Ze volgde niet de twee trajecten die de Hoge Raad voor Financiën had aangegeven en blijft onder het voorzichtige traject, aldus Moens, met als motivatie dat ze de economie wil stimuleren en niet wil hinderen. "Het begrotingstraject is realistisch. Het zou ambitieuzer kunnen zijn, of minder ambitieus, maar dat hangt af van een politieke beslissing", stelde Rion.

Ook Moens onderstreepte dat een begrotingsoefening zelden helemaal positief of negatief kleurt. Er zitten altijd kanttekeningen en factoren in die het totaalplaatje kunnen beïnvloeden. Dat is ook bij deze controle het geval. Zo zou de economische groei hoger kunnen uitvallen dan verwacht, nadat de Europese Commissie haar raming heeft opgetrokken. Bovendien lijken sommige fiscale maatregelen te laag geraamd, zoals het effect van de versnelde inkohieringen in de personenbelasting. Ook de terugbetaling van de inningskosten voor de Europese Unie en de kosten voor het overbruggingsrecht zouden beter kunnen uitdraaien.

Maatregelen die negatiever kunnen uitdraaien, zijn de steunmaatregelen voor de horeca, de hogere inflatie, een aantal fiscale ontvangsten en de onzekere terugverdieneffecten uit de strijd tegen fraude en de activering van de werklozen. Moens merkte wel op dat het belangrijk is voor de meerjarenbegroting dat die worden gerealiseerd, omdat ze over de hele legislatuur wel oplopen.

Rion benadrukte tot slot dat een begrotingscontrole een momentopname is. "Voor sommigen gebeurt het te vaak, voor anderen te weinig. Ik stel vast dat we met drie begrotingscontroles op vier maanden tijd zitten. Ik heb er nog nooit zo veel gezien. En het feit dat er maatregelen worden genomen na de begrotingscontrole, betekent dat er wellicht nog andere controles zullen volgen", luidde het.

Loones hanteert een andere lezing. "Dit is net het punt dat ik wil maken. Gebruik deze begrotingscontrole om transparantie in de cijfers te brengen. Waarom zouden we dit nu stemmen om binnen een paar weken of maanden met een nieuwe aanpassing te komen?" Hij vindt dat het parlement nu "te veel foto's tegelijk moet bekijken en dat het beeld nog altijd niet transparant genoeg is."