Een op de drie werkenden is in het algemeen minder tevreden over zijn werksituatie dan voor de coronacrisis. Dat blijkt uit het tweede rapport van de COVID-19-bevraging van Statistiek Vlaanderen.
Statistiek Vlaanderen voerde de studie begin 2021 uit. Ruim 10.000 personen ouder dan 18 jaar werden daarvoor bevraagd, op basis van een toevalssteekproef.

Uit de studie blijkt dus dat een op de drie werkenden in het algemeen minder tevreden is met de werksituatie dan voordien. Het aandeel ligt het hoogst bij de zelfstandigen (41%) en bij vrouwen, 25- tot 34-jarigen en hooggeschoolden (telkens 36%). 

Groepen die zich traditioneel in een meer kwetsbare positie bevinden op de arbeidsmarkt, zoals jongeren, laaggeschoolden en zelfstandigen, blijken ook tijdens de coronacrisis sterker getroffen. Ze waren vaker tijdelijk werkloos, veranderen meer van job, werden vaker geconfronteerd met loon- of inkomensverlies en met een verminderde werkzekerheid. 

Maar ook groepen werkenden die in normale tijden een sterkere en stabielere positie bekleden, zoals hooggeschoolden, werknemers met een vast contract en voltijds werkenden, ondervinden de impact van de coronacrisis. Zij werkten vaker gedwongen van thuis uit, klopten vaker meer uren en signaleerden een hogere werkdruk, een moeilijkere combinatie van het werk met het privéleven, en minder werkplezier en -motivatie.

In lijn met ander en eerder onderzoek rapporteert Statitistiek Vlaanderen niet alleen een duidelijke impact van de coronacrisis op de inkomenssituatie van werkenden, maar op die van de totale bevolking. Zo gaf een op de vijf aan dat het gezinsinkomen achteruitgegaan is. Een op de tien gaf aan dat hij of zij, of iemand anders van het gezin, een rekening niet tijdig kon betalen tijdens de coronacrisis.

Opvallend tot slot is nog dat ruim een kwart tijdens de coronacrisis een opleiding, vorming of training volgde. Het aandeel lag het hoogste bij de jongere leeftijdsgroepen en hogergeschoolden.