De Colonial Pipeline, de pijpleiding die zich uitstrekt van de Golf van Mexico in het zuiden van de Verenigde Staten tot aan de oostkust over een afstand van ruim 8.850 kilometer, is stilgelegd na een cyberaanval. Daarbij werd ransomware gebruikt, zegt de uitbater. De aanval dateert van vrijdag, maar werd nu pas bevestigd.
Bij een aanval met ransomware, waarbij kwaadaardige software wordt geïnstalleerd die een computer kan blokkeren of bestanden kan versleutelen, vragen de daders vaak losgeld. Volgens Colonial Pipeline werden na de cyberaanval een aantal IT-systemen proactief uitgeschakeld, "om de bedreiging in te dammen". De uitbater verwittigde de autoriteiten en schakelde ook een externe IT-firma in.

De pijpleiding van 8.850 kilometer vervoert onder meer benzine, diesel en stookolie, a rato van ongeveer 2,5 miljoen vaten per dag. Het gaat om bijna de helft (45 procent) van de brandstof die aan de Amerikaanse oostkust wordt gebruikt door meer dan 50 miljoen mensen. Ook het Amerikaanse leger is een belangrijke klant.

Het bedrijf zegt nu te werken aan een oplossing, om de impact zo klein mogelijk te houden en terug te keren naar een normalisering van het transport. Volgens de krant New York Times is de impact voorlopig beperkt, want het brandstofverbruik ligt lager als gevolg van de coronapandemie.

Hackers voeren steeds meer cyberaanvallen uit op bedrijven en overheidsinfrastructuur. In 2017 bijvoorbeeld werden met 'WannaCry' computers van de Britse gezondheidsdienst en van de Duitse spoorwegen stilgelegd. De meest succesvolle poging om cruciale infrastructuur te raken, gebeurde in Oekraïne, waar in december 2015 een Russische hacker een gigantische stroompanne veroorzaakte. In februari was er nog een poging om drinkwater in de Amerikaanse staat Florida te manipuleren.

Afgelopen week was er nog een cyberaanval op het Belgische overheidsnetwerk Belnet.