Tim Merlier is een van de Belgische kanshebbers op een ritzege in de Ronde van Italië. De sprinter van Alpecin-Fenix maakt in de Giro zijn debuut in een grote ronde. "Ik verwacht er veel van", zegt hij. "Maar mijn debuut zal wel pas geslaagd zijn als ik een rit win."
Tim Merlier won dit seizoen al drie keer: Le Samyn, de GP Monseré en de Bredene Koksijde Classic, maar hij weet dat de Giro nog een stapje hoger is. "Al verwacht ik er eigenlijk toch wel veel van", zegt hij. "Het is wel een beetje afwachten hoe ik elke dag zal recupereren en hoe de benen zullen aanvoelen. Ze zeggen dat als je een week aankunt, dat je dan ook drie weken zou moeten kunnen verteren. Ik ben wel benieuwd. Maar goed, zo'n Giro is wel helemaal anders dan die koersen die ik al won. Ze waren niet van hetzelfde niveau als winst van een etappe in de Giro. Dit is toch wel het allerhoogste, een zege in een grote ronde."

Merlier reed zijn laatste koers op 7 april, de Scheldeprijs die ploegmaat Jasper Philipsen won. "Daarna heb ik eerst en vooral een paar dagen rust genomen en vervolgens vertrok ik op hoogtestage naar Tenerife waar ik me heb voorbereid op de Giro. Ik hoop nu klaar te zijn om met een goed gevoel aan de start te komen."

"Ik geloof in mezelf en ik geloof dat ik voor ritwinst kan gaan, ook al komt er heel veel bij kijken", gaat hij verder. "Zo heb je altijd wat geluk nodig qua positionering en dan is het natuurlijk afwachten hoe de benen voelen. Pas als ik de Giro kan verlaten met een zege op zak is mijn debuut in een grote ronde geslaagd", eindigt hij nog. "Daar moet ik naar streven."

Merlier is niet bezig met de puntentrui. "Ik denk dat er met Peter Sagan een renner aan de start staat die in de bergetappes veel sterker is. Als ik al een een rit zal kunnen winnen, zal ik heel blij zijn."

"Ik ben niet echt gestresseerd", gaf hij nog mee. "Er is geen extra druk. Ja, ik wil een rit winnen, maar als dat niet lukt, is dat geen drama. Dit is mijn eerste grote ronde, ik zal ook nog veel moeten leren."

Uit de Tirreno-Adriatico van enkele weken geleden trok hij alvast lessen. "Ik moet me beter positioneren in de sprint", beseft hij. "Dat is zeker een werkpunt. Anderzijds, ik heb maar één sprint gereden. Daarna leverde ik werk voor Mathieu en heb ik nog één keer gesprint, maar dat was niet voor de zege, dus daar kan je niet echt veel dingen uit leren."