"Als 70 tot 80 procent van de bevolking gevaccineerd is, en er dus sprake is van groepsimmuniteit, moet dat volstaan en moeten we niet grijpen naar een instrument als het coronapaspoort." Dat zei Willem-Frederik Schiltz, fractieleider van Open Vld, vandaag in het Vlaams Parlement.
Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) herhaalde gisteren in het parlement dat hij voorstander is van de invoering van een coronapas, die aangeeft of iemand gevaccineerd is, dan wel antilichamen heeft of negatief is getest. Die moet dan wel worden gekoppeld aan een aantal voorwaarden. Zo moet iedereen de kans hebben gehad om zich te laten vaccineren.

Beke wil het instrument ook enkel inzetten voor grootschaliger evenementen. "Als je dat niet gecontroleerd organiseert, dreigen er immers veel negatieve gevolgen", aldus de minister. Hij wil de pas niet gebruiken voor iets kleinschaligs als een bezoek aan café of restaurant, zoals Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) al voorstelde.

Lorin Parys van N-VA sloot zich daarbij aan. "Het is volgens mij niet onschuldig dat Rudi Vervoort dit propageert", zei hij. "Het mag geen excuus worden om in regio's die niet aan een vaccinatiegraad van 70 procent komen een aantal versoepelingen uit te stellen."

Willem-Frederik Schiltz toonde zich kritisch. "Wij zijn als partij zeer achterdochtig over de invoering van een gezondheidspaspoort", zei de Open Vld-fractieleider. Hij herinnerde eraan dat het reispaspoort als tijdelijke maatregel werd ingevoerd na de Eerste Wereldoorlog, maar nooit meer verdween. "We hebben met maatregelen als de nachtklok al fors moeten inboeten op onze vrijheid om de volksgezondheid te handhaven en dat kunnen we niet blijven doen zonder er ernstig bij stil te staan. Als er groepsimmuniteit is, lijkt zo'n attest me overbodig", zei hij.