Sinds de start van de vaccinatiecampagne in België zijn 11.680 bijwerkingen gemeld na een inenting tegen het coronavirus. Dat blijkt uit het wekelijks overzicht van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG).
Het gaat om cijfers die gelden tot en met 19 april toen 2.290.143 personen minstens één dosis van een COVID-19-vaccin hebben gekregen. Er werden 11.680 bijwerkingen gemeld via www.eenbijwerkingmelden.be

Hiervan werden er 3.417 in de Europese geneesmiddelenbewakingsdatabank EudraVigilance geregistreerd. In de overgrote meerderheid van de gevallen ging het daarbij om meldingen van koorts, spierpijn, onwel voelen of reacties ter hoogte van de injectieplaats. Bij de mRNA-vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna doen deze bijwerkingen zich vaker voor na toediening van de tweede dosis, bij AstraZeneca worden deze vaker gemeld na de eerste dosis.

Het FAGG beschouwt 2.117 meldingen als ernstig vanwege tijdelijke arbeidsongeschiktheid of de onmogelijkheid om het huis te verlaten. In 81 gevallen gaat het om overlijdens. Al benadrukt het FAGG dat er tot nu toe geen formeel oorzakelijk verband met een COVID-19 vaccin werd vastgesteld. Er is geen gemeenschappelijk klinisch beeld en er is een verschillende tijdspanne tussen toediening en overlijden.

Ten slotte onderstreept het FAGG dat het gaat over vermoedelijke bijwerkingen. Dat wil zeggen medische gebeurtenissen die na het gebruik van een vaccin zijn waargenomen, maar die niet noodzakelijk zijn gerelateerd aan of veroorzaakt door het vaccin.