De verkiezingsdag in het West-Afrikaanse land Benin is zondag verstoord door verschillende manifestaties tegen de mogelijke herverkiezing van president Patrice Talon.
In de stad Save, het bolwerk van voormalig president Boni Yayi 250 kilometer ten noorden van de hoofdstad Cotonou, hielden manifestanten kiezers tegen die hun stem wilden uitbrengen. De stad was al het toneel van gewelddadige protesten in de aanloop naar de verkiezingen.
Er waren zondag ook manifestaties in de steden Tchaourou en Bante, hoewel volgens een presidentieel decreet manifestaties verboden zijn sinds 6 april.
Zowat 5,5 miljoen mensen konden tussen 07.00 en 15.00 uur lokale tijd (tussen 08.00 en 16.00 uur Belgische tijd) hun stem uitbrengen voor de presidentsverkiezingen.
De vroegere zakenman en ontslagnemende president Talon neemt het op tegen twee kandidaten met weinig politiek gewicht: de leider van de nieuwe Democratenpartij en Alassane Soumanou van de partij FCBE, die is opgericht door aanhangers van de vroeger president .
Talon is zo goed als zeker van een overwinning zondag. De opkomst van de verkiezing lag volgens persagentschap AFP niet hoger dan 30 procent en in de hoofdstad Cotonou lag Talon ruim aan de leiding. De oppositie had opgeroepen tot een boycot van de verkiezing, die volgens haar niet eerlijk verloopt.
Talon is sinds 2016 aan de macht en wordt ervan beschuldigd de oppositie te onderdrukken. Minstens vijf figuren van de oppositie werden onder zijn bewind opgesloten in de gevangenis.
Ook tijdens de parlementsverkiezingen van 2019 waren er protesten. Pogingen om de verkiezingswetgeving in het land om te vormen, draaiden op niets uit.