De fabriek van Natanz in het centrum van Iran, waar uranium wordt verrijkt, is getroffen door een "antinucleaire terreurdaad". Dat meldt het Iraanse regime in een mededeling die via de staatstelevisie werd verspreid. Zondag meldden de autoriteiten dat er op de site een stroompanne met een verdachte oorzaak had plaatsgevonden.
"De Iraanse islamitische republiek, die deze vergeefse daad veroordeelt, benadrukt dat het belangrijk is dat de internationale gemeenschap en het Internationaal Atoomenergieagentschap het hoofd bieden aan antinucleair terrorisme", aldus het hoofd van het Iraans atoomenergieagentschap OIEA, Ali-Akbar Salehi, in de mededeling.
Iran geeft in het persbericht niet aan wie de aanval gepleegd zou hebben en verduidelijkt ook niet welke installaties geraakt zijn.
"Deze daad reflecteert de mislukking van de tegenstanders van onderhandelingen om de gruwelijke sancties op te heffen", aldus Salehi. Hij verwijst zo naar de onderhandelingen die aan de gang zijn in Wenen met als doel de VS weer te laten toetreden tot het nucleair akkoord en de Amerikaanse sancties tegen Iran weer op te heffen.
Daarnaast toont de aanval "de nederlaag van de tegenstanders van de industriële en politieke vooruitgang van het land die een schitterende ontwikkeling van de nucleaire industrie willen tegenhouden", aldus de OIEA-chef.
Salehi beloofde zondag ook dat zijn land "op een ernstige manier de uitbreiding van de nucleaire technologie zal voortzetten en zich ook zal inspannen om de sancties te laten opheffen, om zo de plannen van de daders van deze terreurdaad tegen te werken".
De nucleaire site van Natanz is een van de belangrijkste sites van het Iraanse nucleaire programma. In de fabriek waren zaterdag pas nieuwe kerncentrifuges geopend. Die stellen Iran in staat om uranium sneller en in grotere hoeveelheden te produceren, hoewel dat ingaat tegen het nucleair akkoord dat in 2015 gesloten werd.