Eliott Crestan plaatste zich vrijdag op het EK indooratletiek in het Poolse Torun voor de halve finales van de 800 meter. Aurèle Vandeputte haalde het niet.
Crestan keek in de zesde reeks lange tijd de kat uit de boom, maar schoof gaandeweg op. Met de laatste rechte lijn in zicht kwam hij met een waanzinnige versnelling naar kop en die eerste positie gaf hij niet meer af. Hij zette 1:48.32 op de tabellen. "Ben er echt heel blij mee. Mijn eerste doel was die reeksen voorbij geraken en daar ben ik in geslaagd. In de laatste 300 meter heb ik alles gegeven om die plaats in de top drie veilig te stellen. Dankzij deze prestatie kan ik wel met een gerust gevoel naar die halve finales", klonk het na afloop.
Crestan werd in aanloop naar het EK hier en daar al genoemd als potentiële medaillekandidaat op de 800m, maar de 22-jarige Namenaar wilde op zijn tweede EK bij de senioren de lat niet meteen te hoog leggen. In Berlijn sneuvelde hij in 2018 in de reeksen. Nochtans hoefde het niet te verwonderen dat hij beschouwd werd als medaillekandidaat. Begin februari verbeterde hij in het Franse Metz immers het zeventien jaar oude Belgische indoorrecord van Joeri Jansen (1:46.40). "Na mijn blessure in 2019 ben ik al een jaar blessurevrij. De trainingen zijn goed, er is vooruitgang en ik wil echt lopen. Zeker nu, want er zijn weinig kampioenschappen. Ik heb echt zin om me hier in Torun te tonen."
Vandeputte begon in de derde reeks sterk, maar zakte even over halfweg helemaal terug. Na een ultieme eindspurt strandde hij op de vierde plaats in 1:50.30. Het levert hem een dubbel gevoel op. "Ik wist dat ik snel moest openen, want er gingen immers geen verliezende tijden door en dus moest ik van in het begin een goede positie kiezen. Mijn start was dus goed, ze lieten me redelijk goed op kop. Ik kon mijn positie houden, maar plots kwamen ze met drie en liet ik me wegdringen. Dat is leergeld betalen, maar ik ben blij dat ik me hier toch eens een keer heb kunnen tonen."