Het veldritseizoen zit erop en daar zullen de veldrijders en de organisatoren van de crossen niet rouwig om zijn: het coronavirus zorgde voor een bijzondere winter in het veld. Sponsors kunnen wel tevreden zijn.
 
Sponsors konden hun personeel of klanten niet uitnodigen voor een dagje veldrijden in een viptent, maar speelden een cruciale rol in het veldrijden deze winter: dankzij hun steun konden wedstrijden überhaupt worden georganiseerd. Met de return op hun investeringen blijkt het al met al mee te vallen: de kijkcijfers van de televisiecrossen lagen bijzonder hoog en dus kwamen de merken van de sponsors heel goed en vaak in beeld. Meer nog: zonder publiek waren spandoeken en ander reclamemateriaal beter zichtbaar.
 
De veldrijders zagen een pak wedstrijden wegvallen en daarmee dus ook een fiks bedrag aan startgelden. Toch konden zij deze winter nog goed verdienen aan prijzengelden, zo blijkt uit de optelsom die Het Laatste Nieuws maakte. 
 
Uit die optelsom blijkt dat dit jaar vooral de regelmaat in de klassementen (Wereldbeker, Superprestige en X2O Trofee) het meest geld in het laatje bracht: Toon Aerts verdiende het meest (76.176 euro), ook al haalde hij maar 4 zeges in de 33 wedstrijden die hij reed. Hij won wel het eindklassement in de Superprestige, werd 2e in de X2O Trofee en 4e in de Wereldbeker.
 
Eli Iserbyt benadert hem nog het dichtst, met 7 zeges uit 29 crossen: hij verdiende 68.935 euro aan prijzengeld. Verder volgen nog Michael Vanthourenhout (52.250 euro, met 3 zeges uit 33 crossen), Wout Van Aert (50.600 euro, met 5 zeges uit 14 crossen) en Mathieu van der Poel (46.400 euro, met 10 zeges uit 14 crossen).
 
Naast dit prijzengeld verdienen de crossers ook nog een maandloon bij hun ploeg en krijgen ze startgelden. Voor renners als Aerts of Iserbyt daalde het startgeld deze winter naar circa 2.000 euro, voor Mathieu van der Poel of Wout van Aert dienden organisatoren ongeveer 10.000 euro per cross neer te tellen.