Het veldrijden in januari kleurde helemaal oranje: Van Aert kon wel winnen in Overijse en Mol (waar Van der Poel) ontbrak, maar Van der Poel won 5 van de 6 crossen waaraan hij deelnam. Bij de dames leek Ceylin del Carmen Alvarado op het juiste moment in topvorm, maar ze moest de wereldtitel aan Lucinda Brand laten. Op het WK in Oostende pakte Nederland de 4 titels en 8 van de 12 uitgedeelde medailles.
 
Heren: waar Mathieu komt, wint Mathieu (bijna altijd) 
 
Mathieu van der Poel begon het nieuwe jaar 2021 zoals hij 2020 was geëindigd: met een overwinning. De Nederlandse wereldkampioen was de beste in de GP Sven Nys in Baal op 1 januari. Hij won zelfs drie dagen op rij, want hij was ook de beste in Gullegem (02/01) en in de Wereldbekerwedstrijd in Hulst (03/01). 
 
Van der Poel kon een weekje eerder dan zijn concurrenten op stage vertrekken, want in het tweede weekend, dat van de nationale kampioenschappen, stond er geen Nederlands kampioenschap geprogrammeerd. Het NK in Zaltbommel werd door de Nederlandse overheid immers niet als topsport beschouwd (de Wereldbekermanche in Hulst kon de week ervoor dan weer wel worden gereden omdat het ging om een internationale wedstrijd).
 
Op het BK in Meulebeke pakte Wout van Aert zijn vierde titel als Belgisch kampioen. Bovendien als kersverse papa, want eerder die week was zijn zoontje Georges geboren. Het zilver ging naar Toon Aerts, het brons naar Michael Vanthourenhout. In Frankrijk verlengde Clement Venturini zijn Franse titel (zijn 4e al, waarvan drie op een rij), in Spanje pakte Felipe Orts Lloret zijn 3e Spaanse titel op rij. In Zwitserland won Kevin Kuhn, in Tsjechië Michael Boros (zijn 4e nationale titel) en in Italië Gioele Bertolini (ook al zijn 4e titel).
 
Een week na het veroveren van zijn nationale trui won Wout van Aert de Zilvermeercross in Mol (16/01), een wedstrijd die hij wou meepikken voor hij op stage vertrok om zijn 'zandgevoel' nog aan te scherpen.
 
Het weekend voor het WK toonde dat de twee grote tenoren allebei klaar waren voor de strijd om de wereldtitel: Van der Poel won de Flandriencross in Hamme (23/01), Van Aert de Wereldbekermanche in Overijse (24/01), waardoor hij ook het eindklassement op zijn naam schreef.
 
Op het WK in Oostende bleek Mathieu van der Poel, ondanks een val in de beginfase, de sterkste te zijn. Van Aert, teruggeslagen door een lekke band, moest zich tevreden stellen met het zilver. Het brons ging naar Toon Aerts.
 
Dames: Alvarado pakt de zeges, Brand de titels
 
Bij de dames gingen alle zeges in de topcrossen naar de Nederlandse vrouwen. Ceylin del Carmen Alvarado pakte drie zeges: Baal (01/01), Hamme (23/01) en Overijse (24/01). Denise Betsema toonde haar goede vorm door een zege in de Wereldbekermanche in Hulst (03/01) en Lucinda Brand in Mol (16/01). Sanne Cant werd in Meulebeke (10/01) voor de 12e keer op rij Belgisch kampioene. Opmerkelijk was ook nog een zege van de jonge Hongaarse Kata Blanka Vas: zij profiteerde van de afwezigheid van de Nederlandse toppers in Gullegem (02/01). Die zege kreeg nog bevestiging door haar 5e plaats in de Wereldbekerwedstrijd in Hulst (03/01) en winst op het Hongaarse kampioenschap (10/01).
 
Op het WK in Oostende kon Ceylin del Carmen Alvarado haar goede vorm niet verzilveren: door pech in het begin van de wedstrijd kwam zij nooit meer vooraan. Naast de eindzege in de Wereldbeker pakte Lucinda Brand ook de wereldtitel. Zij stond bovenaan op het schavotje van een podium dat volledig door Nederland was ingenomen: Annemarie Worst pakte zilver, Denise Betsema brons. Sanne Cant werd achtste. 
 
WK Oostende: Oranje boven
 
Het WK in Oostende werd volledig gedomineerd door Nederland, met winst in de 4 categorieën waarin een regenboogtrui werd uitgedeeld. Bij de beloften heren ging de titel naar Pim Ronhaar (Ned), voor zijn landgenoot Ryan Kamp en de Belg Timo Kielich die de piepjonge grote Belgische belofte Emiel Verstrynge kon afhouden voor het brons. Ook bij de beloften dames ging het goud naar Nederland: Fem Van Empel won voor haar landgenote Anniek van Alphen en de Hongaarse Kata Blanka Vas.
 
Gerben de Knegt, de Nederlandse bondscoach voor het veldrijden, kon dus terugkeren naar Nederland met een oogst van 4 van de 4 uitgedeelde regenboogtruien en 8 van de 12 uitgedeelde medailles. Sven Vanthourenhout, de Belgische bondscoach, moest tevreden zijn met 1 zilveren en 2 bronzen medailles.