Na Soe Nsuki en Julie Vermeire is het de beurt aan Aster Nzeyimana om juryleden Damien Rapoye en Robert Jan Kortooms gezelschap te houden. De sportjournalist, bekend van radio en televisie, is de aangewezen persoon om de kwaliteiten van onze casters te beoordelen.

Dag Aster. Speel je zelf vaak games?

Nu niet meer, maar vroeger wel. Ik heb heel mijn jeugd wel casual wat games gespeeld. Veel voetbalgames en ook Football Manager op de pc. Red Dead Redemption en Grand Theft Auto ook. Ik had een GameCube en een Xbox. En toen ik op de universiteit zat, heb ik een PlayStation 4 gekocht, maar daarop heb ik niet zo vaak gespeeld. Nu heb ik er eigenlijk gewoon de tijd niet meer voor.

Wat vind je van die heuse esportsscene?

Het is eigenlijk zot wat die gamers kunnen en ik heb dat ook wat zien groeien. Mijn vrienden speelden bijvoorbeeld Counter Strike in het middelbaar, maar toen bleek dat je daar zelfs geld mee kon verdienen. In België was dat natuurlijk nog beperkt en het waren vooral Koreaanse en Amerikaanse spelers die daar een hele carrière rond konden uitbouwen. De voorbije jaren is dat dan enorm de lucht in geschoten, maar een kenner ben ik natuurlijk ook niet. Ik ken vooral die games niet zo goed. Counter Strike heb ik zelf eventjes gespeeld, maar je had daar een goede pc voor nodig en de mijne kon dat niet goed aan. Dus ik heb dat nooit een echte kans kunnen geven. League of Legends ligt dan weer een beetje verder van mijn eigen interesseveld. Je kan wel stellen dat het topsport is natuurlijk. Je moet ontzettend snel kunnen denken.

Hoe zie je die esportsscene in België groeien?

Wel, mijn neef heeft vroeger nog meegedaan aan LAN-party’s (een bijeenkomst waar gamers het tegen elkaar opnemen; red.), maar dan spreek ik over zo’n 15 jaar geleden. Dat was eigenlijk het prille begin. Bij Sporza hebben we eens voorzichtig een FIFA-toernooi georganiseerd en daar kwam wel wat volk op af en de laatste jaren is dat ook gegroeid. Op GameForce (een grote gamebeurs in Mechelen; red.) was ik ook eens aanwezig en dat was wel echt zot. Dat was een enorme competitie op een groot podium. De organisatie wist toen ook te vertellen dat de scene de laatste jaren ontploft was.

Jij bent als sportcommentator dé persoon om de vergelijking te maken tussen een sportcommentator en een caster. Zijn er veel gelijkenissen tussen de twee?

Dat is eigenlijk heel gelijklopend. Het grote verschil tussen een sportcommentator die een wedstrijd op televisie becommentarieert en een caster die een esportswedstrijd cast, is dat een caster veel meer moet praten. Die praat eigenlijk constant. Je kan dat een beetje vergelijken met een sportcommentator op de radio. Op televisie hoef je niet constant te ratelen, die cultuur hebben we niet in België. Een caster moet dus veel meer praten en dat tempo ligt nog veel hoger. Dat is ook logisch, want esports spreekt vooral een jongere generatie aan en je zit met die internetcultuur waarin de snelheid hoger ligt in vergelijking met de klassieke televisie.

Voor de rest zijn er heel wat gelijkenissen. Je beschrijft wat je ziet, je moet snel denken, je hebt veel voorkennis nodig. Je moet alles dus volgen in de scene, waardoor je journalistieke verantwoordelijkheid best groot is. Ik kan me ook wel voorstellen dat je veel kritiek kan krijgen. Er kijken veel gamers mee die het ook allemaal weten en als je dan een fout zegt, dan zullen ze het wel gehoord hebben. Je hebt dus wel dezelfde skills nodig, daar ben ik van overtuigd. Het taalgebruik is misschien wel nog een belangrijk verschil. Als esports nog groter zou worden en een heel breed publiek zou aanspreken, dan zal daar misschien nog wat standaardisatie in komen zodat iedereen het kan verstaan. Maar het blijft dus wel opvallend hoeveel gelijkenissen er zijn tussen een sportcommentator en een caster.

De casters van Be The Next Caster dan. Wat vond je van het niveau van de kandidaten?

Het niveau lag echt hoog. Ik had niet gedacht dat er zo snel en eloquent gepraat ging worden. Ik kwam ook in het programma in een iets latere fase en toen bleven enkel nog de allerbeste deelnemers over. Er zaten er een paar tussen die echt heel straf waren en het was verbluffend om de snelheid van de analyses te zien.

Wat was jouw taak in de jury?

De dingen beoordelen die ik kon beoordelen, zoals het taalgebruik, je rustmomenten nemen, de kijker meenemen in je verhaal door niet te snel te praten bijvoorbeeld. Dat was wel een neiging die heel wat kandidaten hadden. Soms ging het zo snel dat je brein niet op adem kon komen en dat is toch belangrijk. Rustmomenten zijn belangrijk om je verhaal over te brengen omdat je daarmee opnieuw de aandacht van de kijker kan trekken. Ik keek dus vooral naar de vaardigheden en niet zozeer naar de kennis.

Kenmerkt een goede taalvaardigheid een goede caster?

Ja, die taalvaardigheid is toch wel echt belangrijk en ook je woordenschat moet breed genoeg zijn. En het moeilijkste in de journalistiek is inschatten wanneer je welke informatie prijsgeeft. Wat is relevante info om nu te geven? De controle moet je ook in je stem kunnen bewaren. Wanneer verhoog je je stem en hoe lang hou je je stem daar dan? Die spannende momenten moet je dus goed omkaderen en onderscheiden van andere momenten.

We kijken alvast uit naar de spannende momenten die onze kandidaten hebben gecreëerd. Aster, bedankt voor het gesprek.