‘Hugo’ op Vier: de meest persoonlijke film van Martin Scorsese?

Vanavond zendt Vier om 20u30 ‘Hugo’ uit, de kinderfilm van regisseur Martin Scorsese die in 2012 vijf Oscars won. Geen film die je zou verwachten van de regisseur van ‘Raging Bull’ en ‘Goodfellas’. Proximus Pickx onderzocht het geheim achter het succes.

De Amerikaanse krant The New York Times omschreef ‘Hugo’ als “serieus, mooi en bewust van de absurditeit van het leven”. De film is inderdaad elegant, bijna sprookjesachtig. Het bronnenmateriaal is het boek ‘The Invention of Hugo Cabret’ van auteur Brian Selznick, maar het project vertaalt bovenal Scorseses liefde voor film. Laten we daarbij vooral de acteerprestaties niet vergeten, die het geheel naar een hoger niveau tillen. Maken deel uit van de cast: Ben Kingsley (Papa Georges/Georges Méliès), Sacha Baron Cohen (Stationsinspecteur), Asa Butterfield (Hugo Cabret), Chloë Grace Moretz (Isabelle), Emily Mortimer (Lisette), Christopher Lee (Monsieur Labisse) en Jude Law (Hugo’s vader).
 
Scorsese blijft trouw aan het originele verhaal van Selznick, hetgeen ook de kracht van de film is. Het boek op zich is geweldig, en dus vereiste het filmscript weinig sleutelwerk. Het verhaal draait rond een eenzame, jonge wees, Hugo Cabret, die in de vroege jaren 30 in het station Montparnasse in Parijs woont. Sinds de dood van zijn vader moet hij gedwongen leven met zijn oom Claude Cabret, die instaat voor het herstellen en opwinden van de klokken in het station.
 
Hugo's enige bezit is de Automaton, een mechanische man die zijn vader voor diens dood gevonden had in het museum waar hij werkte. Het apparaat had nood aan onderhoud en samen met zijn zoon probeerde hij het te herstellen. Bij een brand in het museum kwam Hugo's vader echter om het leven. Nu probeert hij het toestel alsnog op te knappen met het notitieboekje van zijn vader en onderdelen die hij steelt van een speelgoedkiosk in het station. De Automaton is zijn enige tastbare herinnering aan een gelukkig en vervlogen verleden.

Ode aan de filmgeschiedenis

‘Hugo’ kan gerust een ode aan de filmgeschiedenis genoemd worden, met tal van referenties aan de vroege pioniersjaren van de filmkunst. Zo verwijst het personage Georges Méliès (gespeeld door Ben Kingsley) naar de gelijknamige Franse filmpionier en goochelaar, die verliefd werd op de film nadat hij een filmprojectie gezien had in Parijs op 28 december 1895. Auguste en Louis Lumière waren toen al in de weer met hun revolutionaire cinematograaf om films op groot scherm te projecteren.
 
De Franse gebroeders Lumière experimenteerden vooral met non-fictie, terwijl Méliès zich waagde aan fantasy en sci-fi, zoals ‘A Trip to the Moon’ (1902). Méliès was echter geen gehaaide zakenman en kon zich niet aanpassen aan de snel veranderende industrie. Hij raakte in 1914 bankroet en verdween in de anonimiteit. In 1925 zat hij aan de grond en opende hij samen met zijn vrouw een kiosk bij het station Montparnasse. Daarna werd zijn reputatie nog in eer hersteld door de surrealisten.

Observeren van het leven

De film zelf is zo opwindend als de opwindspeeltjes die je als kind zoet hielden. Het is speels, magisch, baadt in melancholie en de beeldvoering is weergaloos. Alleen al de luchtshots in de openingsminuten, waarbij we in de chaos van het drukke treinstation duiken, zijn verbluffend. Vanuit de hoogte, achter een grote wandklok, observeert Hugo de menselijke komedie voor zijn ogen.
 
‘Hugo’ gaat in wezen over het observeren van het leven: mensen die – uit eenzaamheid en met verlangen – de werkelijkheid verkennen aan de hand van bewegende beelden. Daarom gaat de film ook over de creatie van de cinematografische verbeelding en verbeeldingskracht. Die van Hugo zelf, van Méliès, van Scorsese en van ons.
 

Music Maestro

Bekijk alles

Sport in de kijker

Bekijk alles

Focus op films, series & tv

Bekijk alles

Nieuws van het esport-front

Bekijk alles
Top