Zondag stelden we de spelerskern van promovendus RFC Seraing al even aan u voor, maar we willen natuurlijk ook graag de huidige omkadering én het stadion nog even onder de loep nemen. Wat mag u volgend seizoen verwachten van een tripje naar Seraing en hoe zit de huidige structuur van de club eigenlijk in elkaar?
Over die structuur kunnen we eigenlijk heel duidelijk zijn. Sinds het samenwerkingsverbond met de Franse club FC Metz is de sportieve heropleving van het stamnummer 167 een feit. Seraing speelt al enkele jaren aan de top van de hoogste amateurliga en dankt dat in grote mate aan de goede symbiose tussen Metz-voorzitter Bernard Serin (jawel, met dezelfde uitspraak als Seraing) en Seraing-voorzitter Mario Franchi. Beiden werken al jaren keihard aan de opmars van de club en zien in de promotie naar 1B dat harde werk eindelijk beloond.

De samenwerking tussen beide clubs bestaat vooral uit het uitwisselen van spelers én een heropleving van de geroemde jeugdacademie van de club. De toptalenten van Seraing krijgen kansen bij FC Metz en de jonge talenten van Metz mogen ervaring opdoen in Seraing. Dat leverde onder meer een passage van Thomas Didillon (Anderlecht, Genk) op. Hij stond tussen 2014 en 2015 tussen de palen in het Stade du Pairay.

Vergane glorie

Dat Stade du Pairay is trouwens echt een vergane glorie uit het Belgische voetbal. Het stadion ligt geklemd tussen de grauwe fabrieken en de oude steenkoolmijnen van Luik en leek lang op weg om een bouwvallige ruïne te worden. Maar sinds de komst van FC Metz onderging het stadion toch al een degelijke facelift en werd de capaciteit herleid van 14.000 bouwvallige staanplaatsen naar een 1B-conform stadion met 8207 plekken waarvan 2654 staanplaatsen aan bezoekende fans gegeven kunnen worden.

De positieve flow van RFC Seraing doet evenwel de fans niet echt terugkeren naar het stadion. In de tijden van de passages van kleppers als Wamberto en Edmilson kwamen er zo'n 5000 fans kijken, maar de voorbije jaren speelde Seraing voor amper enkele honderden fans. De club hoopt dat de promotie naar 1B voor een nieuwe heropleving kan zorgen, maar Les Sang & Noir hebben natuurlijk zwaar te lijden onder de concurrentie van Standard Luik en traditieclub RFC Luik. Afwachten of de fans na de terugkeer naar het profvoetbal de weg naar het stadion terug zullen vinden.

Meer weten over die andere nieuwkomer? Lees dan hier het interview met voorzitter Thierry Dailly over de club en haar ambities.